HOME
BOEKEN
HUIS EN TUIN
VAKANTIE
VRIJE TIJD


Kerst 2010
We waren niet van plan om een boom te nemen. Maar toen dreef er een sparretje in de Amstel, met houten kruis en al. Steeds dichterbij kwam hij te drijven... toen moesten we hem wel uit het water vissen. Er hing een sliert elektrische lampjes in. Na afdrogen van de stekker deden ze het gewoon nog!
Tweede Kerstdag altijd de verjaardag van pa. Deze keer in het zorgcentrum. Niet alle kinderen kwamen, dus het paste er nét in. Op weg erheen het liedje I saw mama kissing Santa Claus op de radio. Was ooit door het Vaticaan verboden. Waarom? Omdat mama een vreemde man kuste en dat mag niet van de paus. Toen men de paus uitlegde dat Santa Claus de vader was, mocht het weer wel uitgezonden.
In het zorgcentrum was er nauwelijks iets veranderd. Ma is nog steeds alles kwijt, het is er nog steeds te heet, pa is nóg magerder. Hij droomt nog steeds van zijn scootmobiel, als hij eerst maar eens van die diarree afkwam.
Broer R. had een lijst bij zich. Een onderzoek van De Volkskrant naar de kwaliteit van diverse zorgcentra. Het zorgcentrum van onze ouders staat op 1194 van de 1260! Zie:
http://verpleeghuizen.volkskrant.nl/index.php?
Hoe treurig dat ook is, ik vond het toch goed nieuws. Voor die ánderen dan.

De oudejaarsviering verliep een beetje sneu. We zouden met een groepje naar de Ardennen, maar H. was zó ziek dat het niet kon doorgaan. Voor twaalven stond hij wel op en dronk een glaasje -erg lekkere- champagne mee. Aan de overkant was veel en mooi vuurwerk, dat dan weer wel.
  kerstboom

26 november 2010

Mysterie opgelost?
In zorgcentrum was iets vreemds gaande. De bejaarde heer van kamer 508 liep in niet-fris ruikende hemden rond. De bejaarde dame van diezelfde kamer kon niet naar bed omdat ze geen nachtjapon meer had. De bejaarde heer, die enigszins last van smetvrees had, klaagde over een gebrek aan schone theedoeken, vaatdoeken en nog zo meer van die doeken. De bejaarde dame, die last van haar kortetermijngeheugen had, kreeg van de bejaarde heer steeds de schuld. Zij zou alles kwijt maken omdat ze niet meer wist waar ze het opgeruimd had. De bejaarde vrouw voelde zich steeds schuldiger en bleef net zo lang zoeken tot ze niet meer wist wat ze zocht. Ze waren al meer dan zestig jaar getrouwd, zonder enige wanklank, en nu dit!
De kinderen van het bejaarde echtpaar wisten zeker dat al die spulletjes er waren geweest. Ze hadden ze zelf gebracht. Ook zij verdachten hun moeder ervan dat alles op mysterieuze wijze te laten verdwijnen. Het was allemaal heel verdrietig. Voor iedereen.
Eindelijk kwam de aap uit de mouw: er was een nieuw merksysteem ingevoerd. Zonder merkjes kan gewassen goed niet terugkeren op de kamer. En het nieuwe systeem had toch echt in de Nieuwsbrief van het centrum gestaan!
Wisten ze dan niet dat de oudjes te oud waren om het allemaal te begrijpen? En waarom hadden ze de kinderen van het bejaarde echtpaar nooit ingelicht als die erom vroegen? En waar is dan eigenlijk al dat wasgoed gebleven dat nog op de oude manier gemerkt was?

Vanavond was er een oude aflevering van Jiskefet op de televisie. De stagiaire in het St. Hubertushuis. De eerste keer dat ik het zag, heb ik er vreselijk om gelachen. Nu weer, maar veel grimmiger. Zo overdreven als zorgcentra toen leken neergezet, zo realistisch is het nu.
Ik hoop dat volgende week het tweede deel van De stagiaire wordt uitgezonden.
Broers, zussen: kijken!


21 augustus 2010

SAIL 2010
Weet je nog die keer dat we op 21 augustus met een beest van een boot naar SAIL zouden gaan?
Nou, we gingen niet!

Met álles had ik rekening gehouden. Ik had zelfs 30 regencapejes besteld. Maar dat die stevige, nieuwe boot ermee op zou houden, nee, daarmee niet. Dat begon al twee dagen eerder. De 20e lag de boot dan ook weer op de werf. Helaas hield hij er op de terugweg alweer mee op. En op de werf was niemand meer aanwezig.
Hans heeft er nog van alles aan gedaan en toen we die avond enorm gestressed en doodmoe naar bed gingen, waren we ervan overtuigd dat het goed zou komen, zeker met de hulp van P.

Niet dus.
W, B en H kwamen. H met een enorme bos bloemen en een fles chardonnay, hij was zo vreselijk dankbaar dat hij uitgenodigd was. Daarna kwamen S en M. En al die tijd waren H en P een ‘proefritje’ aan het maken. Dat duurde veel te lang en ik wachtte alleen maar op het zoveelste slecht-nieuwstelefoontje. Ik had juist iedereen verteld dat er problemen waren en toen de telefoon ging, wisten we het zeker.
Achteraf was het wel een heel geluk dat veel mensen hadden afgezegd en dat niemand zijn vakantie ervoor heeft hoeven in te korten.

W, voor wie dit tochtje een verjaardagscadeau moest zijn, reageerde geen seconde teleurgesteld. Ze had nét van haar zoon een vreselijk leuk zelfgemaakt ‘kookboekje’ gekregen en daar ging al haar aandacht naar uit. B was duidelijk wél teleurgesteld. Ze herstelde zich erg snel, waarvoor ik haar eeuwig dankbaar ben.
En H vond alles geloof ik leuk. Hij had die nacht in Soest bij B en W geslapen. Was nu voor het eerst in zijn leven zelf naar Amsterdam gereden, werd omringd door lieve mensen, wat wil je nog meer om gelukkig te zijn?

Wat hebben we dan wel gedaan?
We zijn tóch op die boot gaan zitten. Iedereen had hapjes meegenomen, die moesten natuurlijk genuttigd worden. Al smikkelend zagen we met jaloerse ogen al die bootjes die het wél deden richting IJ varen. Wat een zelfkastijding!

De temperatuur liep op. Af en toe liet de zon zich zelfs onbesluierd genieten. Er was genoeg te zien en te zwaaien, dat dan weer wel.

Alleen… ik zag op de gezichten van S en M een duidelijk BALEN staan. Voorzichtig bracht ik het ‘badkuipje’ van hiernaast ter sprake. En een tijdje later nog een keer. Dat was genoeg. Ze gingen ervoor! Eigenlijk dacht ik dat ze alleen maar hier in de buurt zouden oefenen, geen van beiden had ooit een buitenboordmotortje bediend! Na twee minuten oefenen en het tankje vullen, waren ze al uit het zicht verdwenen!

  
Lunch op het 'buitenterras'.   Oefenen in het badkuipje.

Wijzelf zijn tegen vieren via de ‘biodiversiteitsroute’ naar de Parade gewandeld. Op de Utrechtseburg spotte P het badkuipje. S en M waren heelhuids terug. Natuurlijk hadden ze de hele route gedaan en alle schepen gezien. Ze hadden het gewéldig gehad.
Wij zijn op de Parade neergestreken naast de Silent Disco. Wijntjes drinken, keuvelen, mensen kijken, af en toe de neus in de zon, wachtend op H die zó moe was van twee dagen vrijwel nonstop met de boot bezig zijn, dat hij echt even moest liggen.
Tot slot hebben we smakelijke tapas gegeten bij La Rana.
 
Het badkuipje op de terugweg.   Drankjes op de Parade.

Eigenlijk al met al een heerlijke dag. Het kon natuurlijk niet tippen aan het spektakel van het oorspronkelijke plan, maar het was aangenaam, rustig, vredig, prettig, welke adjectieven kan ik nog meer gebruiken? Ik denk dat ik nu meer contact met W, B en H gehad heb, dan ik anders gehad zou hebben. Eigenlijk dus helemaal vet OK!

18 juli 2010
De dag dat ome Huub en tante Nel hun 50-jarig huwelijk vierden. Wij waren een dag eerder teruggekomen van de werf, maar hadden nog geen aansluiting op het riool, dus konden nog geen water of wc’s gebruiken. Gelukkig wel de katten ophalen, dat voelde meteen een stuk meer thuis.
’s Middags kwam zus W. die een feest had in het De Miranda. Die moest dus ook een emmer gebruiken. Dat ze zich zo makkelijk aanpaste aan die primitieve omstandigheden, had ik niet verwacht.

Zondag dan naar Berghem voor het feest. In het begin was het onwennig. Altijd raar dat je niet eens weet wie er nu familie is en wie niet. Door het overlijden van tante Marietje kende ik gelukkig háár kinderen wel. Wat een enthousiasme en warmte!
Een vrouw van mijn leeftijd vroeg of ik haar nog kende. Nou nee. Bleek nicht J. te zijn, de oudste van alle neven en nichten. Die hebben we sinds de dood van haar vader, zeker veertig jaar geleden, niet meer gezien. Wat was dat leuk! Toen ze afscheid nam, wilde ze een hand geven, maar ik zei haar dat ze er zo makkelijk niet vanaf kwam. Zus T. en ik hebben haar stevig omarmd.

De kinderen van Huub (of Huib) en Nel (of Neeltje) presenteerden een (muzikale) quiz. Op de begrafenis van tante Marietje werd gesproken over de muzikaliteit van de Boeijens. Dat verbaasde me. Zal wel een gen zijn dat mijn vader en ik duidelijk niet meegekregen hebben. De kinderen van Huub en Nel wél! Wat een fantastische meiden: prachtige lijven, mooie hoofden, goede stemmen en dan ook nog virtuoos op meer dan één muziekinstrument. Zo ook hun zonen, beiden evenbeelden van Huub. Het intermezzo bevatte de slotstrofe: ja, we zijn verwend, maar voor de horeca geen cent! Hebben papa en zijn jongste broer toch iets gemeen.

Papa zélf was er natuurlijk niet bij. We maken ons zorgen. Hij eet niet meer. Mama was er wel. Niet altijd bij de les, maar genietend van iedere snipper aandacht en sowieso van het lekkere eten. Ik vind het altijd zo aandoenlijk om te zien hoe ze haar tas leeghaalt wanneer niemand zich met haar bemoeit. En als je dan niet naast haar gaat zitten om al die fotootjes uit die tas te bekijken, dan tovert ze wel een kinderuitschuiftoetertje tevoorschijn om op te blazen. Als je wél bij haar gaat zitten trouwens ook.

Voor mij was het vleiend om nicht J., dochter van tante F. te ontmoeten. Ze was in een heftig gesprek gewikkeld, erg verontwaardigd over iets. En ik genoot ervan: die Brabantse tongval, die felheid!
Toen het tot haar doordrong dat ik Paula heette, was het meteen: Paula uit Amsterdam? O, dat vond ze als kind zo avontuurlijk. Die van Mimi en Marinus woonden in Amsterdam!
 
En nog weer even later: Ben jij ook die Paula van het boekje. Ja, dat was ik dus ook. Nou, daarmee had ik haar een groot plezier gedaan. Ze kon nu tegen haar moeder zeggen dat oma ook niet zo proper was. Zijzelf heeft opa en oma niet gekend, alleen dan uit dat boekje. Waarschijnlijk is ze de enige die het gelezen heeft. Ik zei dat wij ze ‘opa en oma paard’ noemden, want dat iemand een paard had, was voor ons in Amsterdam nu eenmaal heel bijzonder.

Na de boven verwachting goede maaltijd begon de zaal leeg te lopen. De kinderen van Huub en Nel waren nog steeds druk in de weer om contact te krijgen met ome Louis uit Nieuw-Zeeland. En eindelijk lukte dat dan. Een camcorder werd langs het gezelschap bewogen. Natuurlijk kende hij voornamelijk de ouderen onder ons. H. was totaal vergeten dat hij ooit bij ons op de boot was, maar ome Louis herkende hem meteen: dat is Hans. En hij lachte weer zijn typerende lachje. ‘Geen wonder dat jullie er allemaal zo goed uitzien, jullie hebt een dokter bij je.’ Verbaasde blikken, er waren er niet veel die dat wisten.

En mama zwaaide naar hem op de camcorder. Haar meisjesachtige, flirterige zwaaitje. Ach, ach, wat moet dat toch met haar worden als papa er niet meer is. Zal ze steeds naar hem op zoek gaan? Of zal ze ook dát vergeten?

13 juli 2010
Naar de werf. Nog niet echt nodig voor ons, maar we zijn verplicht om ons aan te sluiten op het riool. Omdat een loshangend pijpje ons een aantal jaren geleden bijna deed zinken, wilde H. per se de oude standpijpen dicht laten lassen, en ja, dan laat je natuurlijk de boot ook meteen een beurt geven.
Het is altijd al een stressperiode: alles in huis moet naar één kant geschoven worden. De schoorsteenpijp moet afgebroken, het dekluik moet dichtgeplakt, er moeten kasten - inclusief de koelkast - worden ontruimd, andere kasten moeten worden dichtgeplakt. Van die dingen. Deze keer werd alles bemoeilijkt doordat de loodgieters ook nog de dag tevoren bezig waren.
Zelfs het Nederlands elftal droeg bij aan de stress: ondanks hun verlies gingen huldiging en rondvaart door. Dat betekende dat de waterwegen in Amsterdam om 11.00 uur zouden worden dichtgegooid. Geen probleem. Om 8.45 uur kwamen de slepers. Nog even paniek over waar het water liep met de nieuwe ketel, maar toen alles was afgesloten, waren we mooi op schema weg. Alle bruggen gingen wonderbaarlijk snel open.
utrechtsebrug   magere brug
De Utrechtse Brug blijft spannend.
Het is de enige brug op weg naar de werf die niet open kan.
  De verfkarretjes op de Magere Brug.
In het karretje links was geen beweging te krijgen,
de brug kon niet open.

Tot de Magere Brug. Het leek een eeuwigheid te duren voordat de brug vrij was, in werkelijkheid waren het maar 17 minuten. Gelukkig zeiden de ontzettend behulpzame brugwachters ons geen zorgen te maken: ze zouden ons tot het eind begeleiden, 11 uur of niet. En dat deden ze. De bruggen zijn nog nooit zo snel opengegaan. Behalve natuurlijk die bij het scheepvaartmuseum, want daar had de eerste open brug een file op de tweede veroorzaakt. Toevallig stond F. daar en die hoorde iemand ons lafaards noemen omdat we ons schip in veiligheid zouden stellen in verband met de intocht! Alsof het een last-minute-action was!
Om 4 minuten voor 11 waren we op de werf.
Werfbaas K. en zijn honden stonden ons al op te wachten. Schip positioneren in het midden van het karretje en hijsen maar. Ging allemaal goed. Alleen hoorde P. glas kletteren. Bleek later het Oosterse keukenkastje. Alles kruiden op de grond. De ketjapfles aan diggelen over de potjes heen, over de vloer, tegen de ijskast, de afwasmachine, en waar eigenlijk niet?
H. zag tijdens het omhooghalen de tafel door de kamer schuiven. Alles aan de kant zetten, is dus inderdaad noodzakelijk.
voordek boot onder water   woonboot het water uit
Het voordek kwam deze keer niet helemaal onder water
te staan omdat het karretje waarop de boot rust opgehoogd was.

  Het blijft een vreemde gewaarwording om letterlijk je 'hele
hebben en houwen' uit het water te zien komen.
De schoonmaak met hogedrukspuiten begon meteen. Er kwam een mooi zwart schip tevoorschijn. Zonder het riool hadden we nog niet naar de werf gehoeven. Maar in ieder geval is de teer nu beter en werfbaas K. zou anoden aanbrengen op de waterlijn. De komende 5 tot 7 jaar hoeven we niet.... en misschien was dit dus wel de laatste keer.
Bij café Het Scharrebier gewacht op H. die zijn fiets aan boord had gezet om ons later met de auto op te kunnen halen. Het duurde nogal. Toen hij er eindelijk was, konden we net zo goed even op de Shinook wachten die het Nederlands elftal naar de marinehaven op Kattenburg zou brengen.
shinook   tuin zonder boot
De Shinook met het Nederlands elftal aan boord vliegt
tussen Café Scharrebier en het Scheepvaartmuseum.

  De tuin zonder boot. Ik snap het vrije zicht op de Amstel wel.
Alleen maakt de gemeente nooit zulke mooie tuinen.
Daarna lekker in de tuin afhaalchinees gegeten. Het was nog steeds flink warm. Ik belde vriend P. om te vertellen dat het nieuwe, krappe kantoorraam de werf had overleefd. Hij vroeg me waar A. woonde, want hij had zojuist een vreselijke brand gezien. Later bleek het inderdaad om de boot van A. te gaan.
Toen T. en P. waren vertrokken, togen we naar de buren waar we zouden slapen. Het was zo warm dat we aan de waterkant wijntjes dronken. We genoten volop.
Totdat het blinde hondje Deba nergens meer te vinden was. Ze was erg ziek en we hoopten allemaal dat haar hart het had begeven toen ze het water ingleed.
Arend   Deba
Arend en Deba. Gestorven op dezelfde dag. Misschien zijn ze elkaar ergens tegengekomen. Ik hoop het voor Arend, dan is hij in ieder geval nooit alleen!
20 juni 2010
Kinderen... wat een genot. Maar ook: wat een verantwoordelijkheid. Zolang je leeft zul je je zorgen over hen maken. Niet waar dus. Als je maar zo oud wordt dat de kinderen zich zorgen over jóú maken. En dat doen wij over papa en mama.
Het was een grote verrassing dat papa op vaderdag bereid bleek om mee naar Wilma te gaan. Hij was zelfs in een uitstekende bui. Klaagde voor de verandering eens niet over van alles en nog wat en kon zelfs lachen. Mama was deze keer wat minder. Ze keek veelal nogal verdwaasd om zich heen en het hoofd zonk haar vaak op de borst.
We moeten het maar nemen zoals het komt. Deze keer was pa weer eens prettig om mee te maken. Hij wilde zelfs weer eens Franse boeken gaan lezen!

 
zonnencollectoren   zonnencollectoren
     
Maart 2010
We hebben onze tante Marietje begraven. Als kind kwam er verschrikkelijk graag: de lieve ome T., de knappe neven, de mooie nicht. Daarna werd dat alles vooral mooie herinnering.
Totdat T, P en ik er verleden jaar met pa en ma op bezoek gingen. Wéér zo’n harmonieus samenzijn. Tante Marietje was toen al ziek en neef W. sprak zijn bezorgdheid uit over de tijd wanneer zij niet meer zelfstandig zou kunnen wonen. Gelukkig heeft ze de woning waar ze zo gelukkig was niet hoeven te verlaten. Ze is thuis in haar slaap overleden.

Pa wilde niet naar de begrafenis van zijn zusje in verband met darmproblemen. Ma werd door broer R. meegenomen, zonder jas want die konden ze niet vinden, terwijl het ijzig koud was ondanks het stralende zonnetje. Ik was met de zussen W en T en met zwager P.
De plechtigheid in de kerk duurde wel twee uur, maar werd nooit té lang. Het was verschrikkelijk mooi! Het begon er al mee dat de kist door haar nog steeds knappe zonen en schoonzoons werd gedragen, voorafgegaan door dochters, schoondochters en kleinkinderen. Een vrouw die haar dorp nooit is uit geweest, maar haar rijkdom begeleidde haar naar de laatste keer dat zij ‘haar’ kerk binnenging.
Wat me speciaal is bij gebleven:
Uit het praatje van haar zoon H.: “Weet je wie er dood is?
Ja, die ken je wél, dat was ….”
Maar ik kende hem niet.
En dan waren er de bidprentjes. Ze zagen er altijd hetzelfde uit. Moeder bewaarde ze allemaal in een doosje, want dat is wat je nu eenmaal doet met bidprentjes.
Later in de mis kwam het bidprentje van tante Marietje. Zó mooi! (Beweeg je muis er maar eens over.)

Tante N. zong natuurlijk. Haar pièce de résistance werd deze keer op het orgel begeleid door haar zoon; hij 'pompte' er zo enthousiast op los ik dat ondanks alles bijna de slappe lach kreeg. Er was een andere, prachtig mooie zangeres met een krachtige stem, ze werd overgeslagen bij de bedankjes, kleine foutjes mogen.
Daarna de crematie. Na zo’n kerkdienst verwacht je geen langdurig afscheid meer. Dat werd het wel. Maar weer zo mooi dat het niet lang leek.
Neef H. had ook nu weer een prachtig verhaal. Het ging over de stoel die vroeger bij hun in de woonkamer stond. Het was een magische stoel. Hij had drie standen, maar was ook een trein of een tent, alnaargelang hij op z’n kop stond of op een zijkant. Moeder vond altijd alles goed. En hier werd H. fel. Een stoel heet geen stoel meer, maar een Jan des Bouvrie of een Erik Kuster, of een Otazu. En kinderen zien in een stoel allang geen trein of tent meer. Ze hebben de tv, een mobieltje of Nintendo.
Dan was er ooit een tijd waarin moeders tot zelfverwerkelijking moesten komen. H. gaf daar fraaie voorbeelden van, maar ik kan helaas niet alles onthouden. Ik geloof dat de befaamde sherrykuren nog wel ter sprake kwamen, of verzin ik dat ter plekke? Het eindigde in ieder geval met de allerlaatste inzichten. Wat blijkt? Moeder had het altijd al bij het rechte eind: ze was MOEDER. Nou, dat wisten de kinderen natuurlijk al lang!
Een mooi moment was ook toen het zoontje van nicht A-B niet uit zijn woorden kwam door zijn tranen heen. Zij hield haar hand geruststellend op zijn rug, gaf hem een slokje water, maar nam het nooit over. Hoe snikkend onverstaanbaar dan ook, hij deed zijn verhaal.
Ontroerend was het om neef T. te horen. Hij is doof en spreekt daarom niet vloeiend. Hij memoreerde de tijd dat R. vaak van huis was en hoe moeder voor haar altijd extra tijd uittrok als ze er wél was. Ook gaf hij even inzicht in die laatste weken. Kennelijk hadden ook zij een rooster om voor hun moeder te zorgen. En zij sprak daar haar dank dan voor uit. Maar dat hoefde écht niet: zij had altijd voor hun gezorgd, ze deden het met alle liefde!
Dat deed me natuurlijk denken aan de tijd dat wijzelf voor onze moeder zorgden. Het spijt me nog steeds enorm dat daar zo’n abrupt einde aan kwam.
Aan het eind van de crematie zou de familie nog even achterblijven bij de kist. Terwijl we wegliepen klonk er een geluid dat ik even niet kon plaatsen. Een van de kleinkinderen begon te huilen en even later waren ze allemaal aangestoken. En ik realiseerde me dat ónze moeder nooit een echte oma is geweest.

Een paar dagen later kwamen we allemaal weer bij elkaar omdat mama 85 jaar werd. Verleden jaar was dat verschrikkelijk leuk. Nu kwam ik er niet in. Pa zat er maar bij, graatmager, geen enkele interesse. Tegenover hem zat tante T. die helemaal niks meer kan. De laatste keer dat ik haar zag, kon je met haar praten. Nu wist ik niet of ze sliep of nog verder in die bodemloze put van haar ziekte is weggezonken. Wat een opgaaf voor die kinderen van haar! Ik werd zo intens verdrietig over al die aftakeling om me heen dat ik blij was dat H. vroeg naar huis wilde. Gelukkig voor de de anderen bleek het later nog heel gezellig te zijn geworden, totdat pa, als in paniek, onmiddellijk naar huis wilde.

Donderdag, 4 februari 2010
Ons gezin is uitgebreid met A10. Het verhaal: een loodgieter die hier in december een paar keer over de vloer kwam, had op de A10 een poes gevonden. Volgens hem een jong beest en een buitenkat. Bij hem kon zij niet naar buiten, hij wilde nooit poezen, zijn vriendin ook niet, en hij had al een hond. Hadden wij misschien belangstelling? Wij zouden eerst nog naar Venetië, dus vóór die tijd zeker niet. Ik ging ervanuit dat Hans er daarna niet meer aan zou denken. Een misvatting. Dus op 16 januari kwam er hier een poes, een krabpaal en een kattenbak. We hadden afgesproken dat Hans voor haar verantwoordelijk zou zijn en dat we een proeftijd van twee weken zouden aanhouden.
Die eerste week was een ramp. Het beestje, wat we natuurlijk A10 doopten, kan wonderwel overweg met honden, maar niet met katten. Gelukkig is Piep voor alle katten lief, dus die twee konden het al snel goed met elkaar vinden. Té goed. A10 bleek nog seksueel actief en Piep, hoewel gecastreerd, maakte daar liefdevol gebruik van.
Omdat wij niet aan kattenbakken doen, daar hebben we een tuin voor, kocht Hans een tuigje. Twee keer per dag liet hij haar uit in de tuin, zodat zij aan alles zou kunnen wennen en haar eigen weg zou kunnen terugvinden. Dat was nergens voor nodig: ze was door verschillende buren al overal gesignaleerd, op zoek naar een échte kerel!
poes   kat aan de lijn
     
Met Edje bleef het echter oorlog. En nu nog steeds, hoewel minder. Vanavond zag ik zelfs hoe Edje van A10's bordje at terwijl zijzelf ook nog aan het eten was. Tot nu toe gromde en blies ze tijdens het eten naar alletwee de katten, nu liet ze Edje van haar bordje eten zonder op of om te kijken. Zal het dan toch nog ooit goed komen?