HOME
BOEKEN
HUIS EN TUIN
VAKANTIE
VRIJE TIJD


pa en ma  

Op de foto links zie je pa en ma niet lang nadat pa in zorgcentrum Margriet was opgenomen.

Op de foto rechts Albert, aan de beterende hand nadat bij hem speekselklierkanker geconstateerd was.

 
albert

29 februari 2008
Mijn zwager heeft speekselklierkanker. Het is vast vroeg ontdekt omdat hij door zijn niertransplantatie van meer dan 10 jaar terug steeds in het ziekenhuis is voor allerlei controles waaronder huidkanker. Dat kan positief zijn. Aan de andere kant verwoesten die medicijnen ook zijn weerstand en veroorzaken ze die kanker.

12 maart 2008
Pa zou vandaag een staaroperatie krijgen. Maar gisteren kreeg hij een beroerte. Hij lijkt nu vrij stabiel. We zijn erg bezorgd, vooral ook om mama die eigenlijk niet alleen kan blijven.

14 maart 2008
Mama's verjaardag. Ze is 83 geworden. Voor het eerst sinds jaren heeft ze haar verjaardag zonder haar man moeten vieren; die lag in het ziekenhuis. Er zijn geen leuke vooruitzichten. Voor beiden geldt dat als ze hun huis moeten verlaten voor een verpleeg- of bejaardentehuis ze liever dood zijn. En toch ervaar ik niet uitsluitend negatieve gevoelens. Heel, heel veel mededogen, liefde, warmte, angst ook. Toch niet negatief omdat wij broers en zussen elkaar hebben. We zijn met z'n zessen en lopen absoluut de deur bij elkaar niet plat. Wel is er - bij mij dan toch - altijd een gevoel geweest dat we er voor elkaar zouden zijn als we elkaar nodig zouden hebben. En dat hebben we nu. Papa's beroerte is op zichzelf staand het beroerdste nog niet. Hij herstelt snel, de dokters zijn tevreden. Wat de dokters niet weten, is dat mama al een paar jaar niet alleen kan zijn. Haar kortetermijngeheugen is vrijwel verdwenen. Maar na twee heupoperaties loopt ze als een kiviet. Ook zij heeft een jaar of twee geleden een TIA gehad en sindsdien is haar spraakvermogen ernstig aangetast. Dat weerhoudt haar er niet van de hele dag door te praten, hoe moeilijk verstaanbaar dan ook. Het lijkt alsof ze zeggen wil: ik praat, dus ik ben!

Als je die twee in het ziekenhuis bij elkaar ziet, de grijze kopjes, de krachteloze linkerhand van pa, door mama nu eens liefdevol gestreeld, dan weer stevig vastgegrepen... het breekt je hart, maar het maakt je ook blij. En nu zitten ze wat betreft hun spraakvermogen ook op hetzelfde niveau: met zichtbare moeite en dikke tongen zeggen ze dat ze van elkaar houden. En ze lachen elkaar daarbij bemoedigend toe. Papa nu nog met een scheve mond, mama met die onweerstaanbare lach van haar, ook al zijn haar ogen vochtig.

Voor ons kinderen was het duidelijk dat ondanks dat papa ziek was, onze zorg naar mama uit moest gaan. En we hebben een rooster gemaakt. Wij hadden gisternacht en vandaag 'dienst". We zijn afgepeigerd. Niet alleen omdat mama je de hele dag door de oren van het hoofd kletst. Ook moet je haar doen en laten in de gaten houden. Ze weet niet dat ze net een pan water heeft opgezet, of boter in een pan heeft gedaan of zojuist gevonden heeft waar ze al een tijdje naar op zoek was en waarvan jij niet wist wat dat was. Wat mij in deze eerste 'dienst' wel heel erg duidelijk is geworden, is dat mama functioneert bij de routine van haar huishouden. Als ze weet dat er mensen mee-eten, begint ze om 11 uuur 's morgens al te koken. Ik kon haar er wel van weerhouden de karbonaadjes al om 2 uur 's middags de pan in te doen. Het is alsof ze bang is het te vergeten als ze het niet meteen doet. Krijgt ze eenmaal het startsignaal dan is ze niet meer te houden. En eerlijk is eerlijk, dan tovert ze ook een heerlijke maaltijd op tafel. Alleen... iedere stap in dat proces moet begeleid worden. Papa heeft die processen kennelijk al jarenlang begeleid. Wij hebben het nu anderhalve dag gedaan en we zijn gesloopt!
Papa is een heilige! En hij heeft het ook goed gedaan. Als ze naar bed gaat zal ze geen enkel licht vergeten uit te maken en zelfs de televisie blijft niet op stand-by staan. Na een inbraak ooit, heeft ze het wijs geacht om de voordeursleutel altijd mee naar bed te nemen (welke logica daarachter zit, weet ik niet). Met als resultaat dat als een van de oppassers 's morgens vroeg weg moet, hij of zij mama's kamer in moet sluipen om de voordeursleutel te pakken.

Hoe moet het met mama's routine als ze verplaatst wordt? Het lijkt zo onbeduidend, maar als wij even buiten in de tuin een sigaretje gingen roken, zag je mama ieder glas of lepeltje weer op de juiste plek terugleggen.Als ze ons dan zag staan, kwam die stralende lach weer met die enigszins flirterige handenzwaai. Een fout koffiekopje maakt haar ontdaan: nee-hee, het blauwe kopje is van mij, het kopje met het scherfje eraf is van papa. En, nee-hee, niet dit lepeltje, dit is een eierlepeltje. Voor de koffie heb ik het lepeltje uit de Philippijnen! Het luistert allemaal zo nauw.

En papa? Papa herstelt snel. Waar hij gisteren nog te ziek was om zich over veel te beklagen, is hij nu erg doordrongen van zijn situatie. Toen we weggingen, wilde hij mee gaan. Hans grapte over mijn kleine autootje waarin geen plaats voor hem was. 'Dan ga ik wel in de kofferbak', was zijn commentaar. Hij heeft bij die beroerte ook een longontsteking ontwikkeld en hij wijt al zijn klachten al jarenlang aan slijm waaraan geen enkele arts ooit aandacht heeft besteed. Als hij de opdracht krijgt zijn eigen hoofd te masseren om daardoor beter te kunnen slikken, dan doet hij dat wel braaf, maar moppert ook: ik wrijf wel, ik draai wel bloedsomlooprondjes, maar het is het slijm! En wat hij zeker weet is: 1 glas wijn en die bloedsomloop is okidoki. En ik geloof hem wel. Hij heeft altijd naar zijn lichaam geluisterd, daar is hij 89 mee geworden.

Zonder humor is hij evenmin verloren, Hij zou sowieso 12 maart zijn opgenomen voor een staaroperatie. Toen mijn broertje M, die hem vond met zijn beroerte, daar later over zei: en je wilde niet naar het ziekenhuis, en nu ben je er een dag eerder! reageerde pa: alleen maar omdat jij zo nodig 112 moest bellen!

Zo ook met de verpleging. Moet hij tijdens een onderzoek iets van wat hij ziet bevestigen, zegt hij (met zijn staarogen): ik zie niks, ik zie alleen dat jij een mooie neus hebt. En daar herkent hij haar ook aan. Toen ik bij hem op de kamer kwam, was zijn gelaatsuitdrukking volkomen leeg, ik schrok me rot. Maar nauwelijks had ik mijn mond opengedaan of hij herkende me. Hij kon me gewoon niet zien. Als mama hem zegt niet te veel te piekeren, klinkt er een lach op. Hij pakt haar hand en legt haar uit dat bijna niets het nog doet waarvan hij zou willen dat het nog wel functioneerde. Maar nou net dat enige wat hij wel eens uit zou willen zetten, dat blijft op volle toeren draaien!

We weten niet hoe het verder gaat. Papa moet in ieder geval eerst nog naar een revalidatiecentrum. We hebben ze verzekerd dat we er voor zullen zorgen dat ze elkaar hoe dan ook iedere dag zullen zien. En mama knikt, het dringt niet helemaal door, of ze wil het wegstoppen. Ze kijkt een minuutje verloren voor zich uit, begint dan te stralen en zegt voor de tigste keer: weet je wie er vandaag ook nog gebeld heeft?

En papa kan niet vaak genoeg op zijn nu nog onbeholpen manier zeggen dat hij verschrikkelijk blij is dat hij zich over mama geen zorgen hoeft te maken en hoe dankbaar hij daarvoor is. Mijn hart breekt en heelt tegelijkertijd. Alles is klote en alles is mooi, om Reve te parafraseren.

24 maart 2008
Weer terug uit Nijmegen. Wat er verleden keer allemaal gebeurde: we hadden 19 maart een afspraak met de dokters in CWZ en kregen te horen dat vader de volgende dag al naar verpleeghuis Margriet zou gaan. Pa was al lang blij het ziekenhuis te kunnen verlaten. Over Margriet hadden we negatieve verhalen gehoord. Dat bleek 100% mee te vallen. Grote, lichte ruimtes, mooie uitzichten op de stad, heel vriendelijke mensen. Om vrolijk van te worden vergeleken bij het ziekenhuis.

Van de mensen die bij vader aan tafel zitten, word je minder vrolijk. Er zit een man tegenover hem die de hele dag met zijn hoofd op tafel ligt. Naast hem een vrouw die iedereen om haar heen commando's geeft.

Toch blijft vader maar steeds op diezelfde plek zitten. Voor zich altijd een beker met smerig vocht; omdat hij niet kan slikken, wordt alles verdikt tot pap. Soep of koffie, alles smaakt hetzelfde.
Ook slaapt hij erg slecht. Hij is de hele nacht bezig met de toestand in de wereld. Gelukkig heeft hij alle vertrouwen in de kinderen en hoeft zich over zijn innig geliefde vrouw geen zorgen te maken.

De 21e dus even terug in Amsterdam om de 22e weer naar Nijmegen te gaan. Meteen met mama naar het bezoekuur is. Pa zat weer op zijn oude plekje in de eetzaal. Ik stelde voor naar de sociëteit te gaan. Of dat dan mocht? Hij is super gezagsgetrouw. Maar het mocht. Die soos was veel en veel gezelliger. Ma ging tegenover pa zitten, maar die vroeg haar al gauw naast hem te komen zitten. Vader zat op de praatstoel. Trager dan normaal, maar volledig bij de tijd en heel erg zijn best doend om de woorden op de juiste manier uit zijn mond te krijgen. En o ja, we hadden voor beiden een rolstoel geregeld om naar die soos te gaan. Maar vader gebruikte hem als rollator en was soms niet bij te houden. Helaas ziet hij niet veel, dus hij komt bruusk tot stilstand tegen de gesloten liftdeuren.
Tijdens alle verhalen van pa, keek ik veel naar mijn moeder. Ze hing aan zijn lippen, en ik heb haar nog nooit zo verschrikkelijk mooi gevonden. Een fijne avond.
Toen vader naar bed ging vroegen we aan de verpleging of hij de volgende dag even naar huis mocht. Dat mocht! We hebben het hem niet meer verteld, hij slaapt al slecht genoeg.
Dus die zondag weer naar Margriet. Nu al om half 11 's ochtends. Vader zat weer op zijn oude plekje met de gebruikelijke smerige drabjes voor zich. Ik zei hem dat we hem kwamen ontvoeren naar de Malvert. Eerste reactie: blijheid. De volgende, bezorgdheid: mag dat wel?
Eerst moest hij nog naar de wc. Dat mag ook niet alleen geloof ik, maar hij deed het wel. Het duurde erg lang. Wat doe ik dan? Ik ga toch niet kijken als mijn vader op de wc zit? Dat vind ik moeilijke dingen. Uiteindelijk toch maar even mijn hoofd om de hoek van de deur gestoken. Daar zat ie pontificaal op de pot.
Ontroerd weer door al die mensen. Een vrouw die steeds als ze iemand zag, opstond om een gelukkige Pasen te wensen. Spitsuur voor de verpleging: mensen naar de mis rollen, mensen klaarmaken om mee te laten gaan met hun familie!
Op weg naar huis kwamen we over de Hatertseweg. Daar is vader verliefd geworden op moeder, een memory-lane-trip voor hem. En dan realiseer je je dat ze al jarenlang een heel klein leefwereldje hebben! Dan eerst nog even langs een benzinepomp om bloemen voor moeder te kopen. Ze is er dol op en had het al vreemd gevonden dat wij bij haar 'op bezoek' waren zonder bloemen mee te nemen. Pa speelt het spel niet mee, die moet weer zonodig zeggen dat het mijn idee was van de bloemen. Maar toen zat ie dan in ieder geval toch weer in zijn eigen vertrouwde stoel. Moeder mopperde eerst nog wat omdat hij niet zijn paasbeste kleren aan had maar daarin werd haar snel het zwijgen opgelegd.
Dan trekt vader zijn schoenen uit. Met zijn rechterhand heeft hij de veters in een seconde losgemaakt. Maar hij gebruikt zijn rechterhand niet, hij gebruikt zijn linkerhand, want die moet hij oefenen, dat hebben ze hem goed ingeprent. Ik ben weer vol bewondering. En dan begint hij verhalen te vertellen, over vroeger, over nu. Gevraagd naar zijn therapie vertelt hij: er zit een jonge vrouw tegenover me, ik moet haar linkerarm in mijn rechter haken en haar dan naar me toe trekken terwijl zij weerstand biedt. Daarna moet ik mijn linkerarm in haar rechter haken en haar zo hard mogelijk van me afduwen. Dat doe ik en dan ... dan maakt hij met zijn beide handen een gebaar waaruit blijkt dat zij achterover kukelt. Dat gaat wel goed.
Broer M, schoonzus F met de kleinkinderen komen. Altijd een genot voor mijn ouders. Broer R komt met een door zijn vrouw gebakken appeltaart die nog warm is en verrukkelijk! Er worden wat financiële zaken geregeld. Mijn vader wil broer R de volmacht geven over dit soort dingen. Hij stelde het met tranen in zijn ogen voor, wij zijn in ieder geval heel erg blij dat hij zijn situatie zo goed onder ogen ziet dat hij zelf deze heel gevoelige materie aankaart. Ook begon hij er zelf over dat hun huidige woonsituatie waarschijnlijk afgelopen zou zijn en dat ze van heel erg veel wat ze in de loop van hun lange, lange leven om zich heen vergaard hebben en gekoesterd, afscheid zullen moeten nemen.
Gelukkig vertelt hij dan snel weer over zijn hoofdrol als rode adelaar in een toneelvoorstelling met de Spaanse burgeroorlog als onderwerp. En we lachen en huilen weer. De grens daartussen is tegenwoordig vaak onzichtbaar. Eigenlijk is het dan al heel snel tijd om hem terug te brengen, wil hij nog op tijd zijn voor de maaltijd. Juist als hij zich klaar wil maken, gaat de telefoon. Kleindochter F belt. Die is de dag waarop vader zijn beroerte kreeg naar Curacao geëmigreerd. Dat was een grote verrassing. Pa geeft haar nog wijze raad mee. Meteen daarna belt zus/dochter W. Die heeft het dubbel zwaar deze tijd. Komende woensdag krijgt haar man een gigantisch zware operatie (kanker in tong en speekselklier) en het is maar de vraag of hij daarna nog ooit zal kunnen wat hij het liefste doet: praten, praten, praten! We hebben eigenlijk nauwelijks de tijd om daar bij stil te staan. We hebben allemaal onze dagelijkse routine om moeten gooien om voor moeder te kunnen zorgen en die lieve W krijgt de klappen dubbelop.
Na dat telefoontje trekt H dan toch maar even bij pa de schoenen aan. Wel laten we hem net zo lang prutsen tot hij zelf de rits van zijn jas heeft dichtgekregen. Compromis tussen therapie en tijdnood.
Dan zoekt hij zijn bril nog. Heeft ie op. Zegt ie: ken je die mop van die verstrooide professor? Ja-a, die zoekt zijn bril en heeft hem op!
Vader nog een keer: ken je die mop van die verstrooide professor? Nu laten we hem uitpraten. Die komt thuis en ziet een bordje op de deur waarop staat 'de professor is niet thuis'. O, zegt pa dan, en hij haalt zijn schouders op: dan kom ik later nog wel weer eens terug.
Die avond kijken we tevreden terug op de dag en doen met moeder nog een paar geheugenspelletjes voor het slapengaan.

De volgende ochtend is mijn moeder een en al tomeloze energie en ze heeft het duidelijk op mij gemunt. Nog voor ik een kopje koffie naar binnen heb, bestookt ze me met vragen waarop ik al duizend keer antwoord heb gegeven. Ik word er acuut kriegelig van en ga met mijn koffie naar mijn slaapkamer om even rust te hebben. Komt ze me ook daar achterna. De lieve H maant me tot kalmte en ik weet het ook allemaal wel, maar ik breng het even niet op. Ik besluit het hele huis te gaan zuigen, de hulp met poetsen die normaal op de maandag komt, is er natuurlijk niet op tweede paasdag. Maar zelfs tijdens het stofzuigen, speelt ze het klaar om zich overal mee te bemoeien! Ik ben echt blij dat de zon even schijnt en we een wandelingetje kunnen maken. Daarna hebben we nog even haar tuintje in orde gemaakt. Bij die activiteiten blijft ze gelukkig achter het raam staan kijken.

Eindelijk is het dan 14.00 uur geworden. Op dat tijdstip hebben we met alle kinderen afgesproken om het 'oppasrooster' tot en met 13 april op te stellen. Over een week of twee of drie kan ma naar 'de overkant'. Daar is een bejaardentehuis waar ze tijdelijk opgevangen kan worden. In het begin verzette ik me daartegen, maar na twee 'diensten' realiseerde ik me wel dat deze oplossing niet lang vol te houden zou zijn. Daarmee is de 'zorg' natuurlijk nog niet over. Ze moet wel iedere dag naar papa gebracht kunnen worden en we kunnen haar natuurlijk ook niet van de ene op de andere dag in haar eentje laten. Het brengt in ieder geval verlichting in het rooster. Terwijl wij de afspraken maken, gaat H met moeder bij vader op bezoek. Het fijne van de broers en zussen bij elkaar is dat steeds weer blijkt hoe iedereen zich inzet, hoe harmonisch de dingen verlopen. Uiteindelijk wordt er ook heel wat afgelachen op die bijeenkomsten.

Ik ging niet vaak naar huis. Nu is er opeens die hele intensieve band. En als ze er dan straks niet meer zijn, ga ik ze nog missen ook! Ik merkte het verleden keer al. Doodmoe thuiskomen, flink bijslapen en dan eigenlijk alleen maar weer terug willen om die 'zorg' te bieden.

Het zijn verwarrende dagen, maar ze worden erg intens geleefd en dat is mooi.