HOME
BOEKEN
HUIS EN TUIN
VAKANTIE
UITGAAN


VAKANTIE LESBOS VAN 6 TOT EN MET 17 MEI

haven van Sigri
  We hebben ons jaarlijkse uitstapje naar Lesbos weer achter de rug. H. doet dat al zo'n 25 jaar, vanaf de eerste keer dat hij daar dikke vrienden werd met restauranteigenaar Ianni. Sinds ik met hem getrouwd ben, ga ik mee. En met steeds meer plezier. We kennen er nu zo veel mensen, inclusief een aantal trouwe Britse Sigri-gangers, dat het voelt als thuiskomen. Op het eiland valt altijd wel iets nieuws te ontdekken, maar Sigri is en blijft onze thuishaven.
Dit is onze favoriete aanblik: als je Sigri nadert bij zonsondergang.
Rechts zie je een klein bootje richting haven van Sigri varen. Of je het gelooft of niet: in dat bootje zaten zeker 8 mensen, waaronder de koningin van Spanje, een Griekse van origine. Zij was daar op informeel bezoek en er mochten geen foto's van haar gemaakt worden. Dan doen we dat toch niet.
Zij zou die dag het Versteende Woud bezoeken. Voor meer info, zie: http://www.lesvos.com/petrifiedforest.html
Zelf zijn we er dit jaar niet geweest. Wel hebben we langs de dirt-road van Sigri naar Eressos nog een flink stuk in het weiland zien liggen, wat bijzonder is omdat de meeste brokken versteende bomen goed beschermd worden.


bar Etzi

  Door de ligging van Sigri op het uiterste puntje is het stadje ook ten prooi aan alle winden. En waaien doet het er vaak en flink ook! Vaak is dat vast aangenaam, maar niet altijd. Sigri heeft stranden in het noorden en het westen. Mocht het op beide windrichtingen zandhappen zijn, dan ben je met een autootje of brommertje al snel aan de zuidkant van het eiland.
Om te beginnen is er het dorpsstrand. Niet heel groot, maar een leuke baai die behoorlijk beschut ligt. Meestal is het er erg rustig, af en toe een toerist en, vooral tijdens schoolvakanties, inwoners van het stadje zelf.
Aan de noordkant is het een en al strand. De Britse toeristen wandelen dagelijks naar de eenzaamste stranden. Wij gaan meestal met de auto naar Faneromeni: een groot leeg strand. Sinds een jaar of 5 heeft onze vriend Nondas er een eenzame strandtent (foto links). H speelt daar tric-trac of geniet met Nondas van muziek, terwijl ik ergens een lekker plekje zoek om te lezen.
bar Etzi uitzicht bar links uitzicht bar rechts
De foto rechtsboven toont het uitzicht vanaf Bar Etzi. Foto midden: het uitzicht links en de rechterfoto het uitzicht rechts van de bar Etzi. Reclame maken voor zijn tent doet hij niet. Schoonmaken ook nauwelijks. Maar de plek is wonderschoon, zeker 's avonds. Bij een onbewolkte hemel is de sterrenhemel die je dan ziet fenomenaal.
     
schildpadjes   Buiten alle strandjolijt zijn er nog verschrikkelijk veel meer dingen te genieten op Lesbos. Ik beperk me tot wat we dit jaar hebben gezien en gedaan. Een favoriete plek is de poel met de schildpadjes. We komen daar altijd langs op weg naar Petra. Petra is helemaal niks, erg druk met toeristen, een heel smal strand aan de straatweg en ook daar meestal veel wind. Maar... er is een winkel die we ieder jaar bezoeken en waar we altijd wel een of meer broeken en/of overhemden kopen. De eigenaar kent ons inmiddels goed. Hij is met een Belgische getrouwd en spreekt een paar woorden Nederlands. Altijd leuk om hem weer te zien.
stuwmeer

eenzaam op het strand
 
Dit jaar hebben we eindelijk het stuwmeer ontdekt. H. had dat al jaren op Google-earth gezien, en we wisten wel waar het ongeveer moest zijn, maar we konden het nooit vinden. Nu hebben oude vrienden van H. daar nog niet lang geleden een huis neergezet en - wat leuk - ze waren er in dezelfde periode. Natuurlijk wisten ze waar dat stuwmeer was en we zijn er meteen naar toe gegaan.


Uiteraard heeft het eiland een Olympus, een echt hoge berg met een pittoresk oud stadje en een wekelijkse markt. Er zijn tig haventjes op Lesbos, in Sykaminias kun je de lekkerste verse vis eten (op Sigri na dan natuurlijk!), maar rustig is het daar niet. Er zijn op vier of meer plaatsen thermen waarin je gezondheidsbaden kunt nemen, er staan her en der wat oude ruines, het landschap is heel afwisselend: groen in het oosten, een droog en dor maanlandschap in het westen. Daartussenin dennenbossen, klaprozenvelden, loofboombossen, sinaas-appel- en citroenbomen in het zuiden. Het is ook een heel geliefd oord voor vogelaars. Zelf heb ik daar nooit zo op gelet, maar je moet niet vreemd opkijken als je overal mensen met statieven en fikse verrekijkers tegenkomt (in het voorjaar). In de baai van Kalloni zie je flamenco's. Niet zo roze als in de dierentuin, maar wel degelijk echte flamenco's. En hoe flamenco's aan hun roze kleur komen, heb ik gelezen bij Frank Westerman in zijn fantastische boek 'Ingenieurs van de ziel'.
Maar wat Lesbos vooral zo heerlijk toeven maakt, zijn de mensen. Griekenland is nog steeds het land waar iedereen te vertrouwen is (op de eilanden dan), waar je altijd van iemand een bloem kunt krijgen, waar je groet of je lach altijd beantwoord zal worden.

1 september 2008

Eindelijk weer eens een tripje naar Venetië. Nu met zus T. en haar man P. De aanleiding was een internationale beeldenexpositie op het Lido waaraan ook twee vrienden van ons deelnamen. Tevoren had ik de nodige tijd gestoken in het aanleveren van materiaal voor de catalogus en het maken van kaarten om de aandacht van het grote (lees ‘rijke’) publiek te trekken. We hadden alles helemaal voor elkaar en toen werd de expositie een dag vervroegd. Dat betekende voor ons dat we alleen maar op de officiële opening op San Servolo konden zijn. Althans, dat dachten we.
Na wat bootjes, een bus, veel wachten en vooral veel muggen hielden we het voor gezien. Lekker terug naar Venetië om op due passi van ons appartement op een terrasje van wijntjes te genieten, luisterend naar muzikanten die de bezoekers van een restaurant in de buurt lastig vielen. De temperatuur was inmiddels gedaald tot erg aangenaam en belangrijker… geen steekbeesten!
Uiteindelijk hebben we nooit meer iets van de expositie gezien.
Dat zou je een mislukt uitje kunnen noemen. Om dan nu meteen maar de andere mislukte of tegenvallende gebeurtenissen/omstandigheden op te sommen: voor een tripje naar Venetië was het eigenlijk te warm.
Zus T. had flinke last van de muggen op het Lido. Ze was er de eerste avond zo fier op niet gestoken te worden. De tweede avond echter….. het volstaat om te zeggen dat voorbijgangers haar met ontzette afschuw bekeken als ze haar broekspijpen opstroopte.
Uiteindelijk gaf ook dat niks. We hebben zo verschrikkelijk genoten! Van de stad, van elkaar, van onze gedeelde irritatie aan anderen, onze gedeelde en onverdeelde sympathie voor weer anderen natuurlijk, van ons appartement, van het heerlijke eten, de heerlijke drankjes met aan top natuurlijk de scroppino’s!
steegje van ons appartement   eethoek van ons appartement

Ons appartement was GEWELDIG! De voordeur kon je herkennen aan een klopper met een koeienkop. De deur geopend, liep je door een koele kloostergang. Er stonden kerkmeubelen, bustes, links een niet-toegankelijke tuin. Aan het eind een liftje (dat ik niet vertrouwde) dus ik nam de trap naar de bovenste verdieping (de 5e). De deur van het appartement ging open en weer vielen we in o’s en a’s van bewondering. Een heerlijk ruime woonkamer: twee zitbanken (waarvan er een ook bed kon worden), een kinderbox in een hoek en een strijkijzer op een plank, de nodige boeken, een rijtje videobanden die absoluut het bekijken waard waren. Op een verhoging rechts achterin een opstapje met een ruime oude eiken (?) tafel en banken aan weerszijden. Aan het eind van de tafel een klapraam dat uitkeek over het Canal Grande (het appartement staat pal tegenover museum Grassi). Verder nog een volledig uitgeruste keuken en twee ruime slaapkamers, waarvan een met weer een prachtig uitzicht op de andere kant van de stad (foto rechtsonder). Die kamers waren op een grappige manier verbonden met een ruime badkamer voorzien van ligbad en bidet.
Later ontdekte zwager P. in het hoekje waar de kinderbox stond nog een soort van gang, ongeveer een meter breed en 1.20 m hoog. Die gang liep door naar een deurtje in zijn slaapkamer. Achterin die ruimte stonden oude kerkbanken. Het moet toch echt een kerk of klooster geweest zijn. Mijn bedkastje bijvoorbeeld was een oud knielbankje.
Wat een verrukking. We wilden eigenlijk geen van allen meer ergens heen en alleen maar op dat appartement blijven.
Nieuw voor mij was een bezoek aan het huis van onze grote vriend H. Van buiten had ik het al wel eens gezien, van binnen nooit. Wat me daarom vooral opviel was het uitzicht op de lagune die ze hadden gecreëerd. De vorige keer kon je de lagune alleen vanaf de aanlegsteiger zien, nu stonden er uitgebreide loungestoelen vanwaaruit je de stilte en pracht van de omgeving kon ondergaan.
Ook nieuw was een bezoek aan het strand van S. Erasmo. We waren er op een donderdag; volgens kenners was het er abnormaal druk. De zaterdag erop gingen we weer. Ik kan het nauwelijks omschrijven, een hele absurde plek.
 
Stel je een strand voor en dan over de hele lengte van dat strand een rij bootjes. Aan de achterkant met een anker en een touw vastgelegd, aan de voorkant met een paaltje in het zand aan een touw. Die donderdag was het al moeilijk om zwemwater te vinden tussen die touwen door. Stel je nu datzelfde voor maar dan niet 1 rij bootjes, maar drie rijen dik. Zie je het voor je?
Achter die rijen bootjes wordt er flink gevaren. Vooral jongeren vinden het heerlijk om de omhoogstaande punt flink in het water te laten kletsen. Daarachter weer is er een zandbank. Daar staan heel wat mensen gebukt in het water (dat niet verder dan hun enkels reikt) schelpdieren te verzamelen voor bij de pasta van die avond.
En om het nog spannender te maken: daar weer achter zie je cruiseschepen voorbijkomen die in omvang alles overtreffen (vooral elkaar natuurlijk). Dat zijn geen flatgebouwen meer, dat zijn hele steden. En dat alles op een waterbreedte die ik – als het echt zou moeten – zou kunnen overzwemmen!

Twee keer hebben we met de grote groep die bij vriend H. logeerde gegeten. Fantastisch en gezellig genoeg, maar mijn persoonlijke hoogtepunt was toch het etentje met z’n vieren bij Nonorisorto (foto linksonder). Vijftien jaar geleden hadden we daar ons huwelijksmaal genoten en daarna hebben we er nog vele malen met plezier gegeten. Opeens ging het toen erg achteruit en zijn we er niet meer geweest. Maar weer eens geprobeerd. Het was verschrikkelijk gezellig en de pizza’s waren onovertroffen. Zwager P was de enige die geen pizza nam en van ons alledrie een stuk kreeg om te proeven. Hij kon niet zeggen welke de lekkerste was. Zo’n groot verschil in pizzasmaak had hij nog nooit meegemaakt. Daarna natuurlijk de oververrukkelijke scroppino’s weer en de lol om de ober voor te zijn als hij wil dat onze tafel vrij komt door om de rekening te vragen en dan zijn dankbaar samengevouwen handen en opgeluchte lach zien. Daarom natuurlijk allemaal nog een grappa van de zaak en bij het afrekenen 30% korting omdat we vrienden zijn van H.

pizza's bij Nonorisorto   Dat zijn de leuke dingen van er vaker komen. Maar het aller- allermooiste van Venetië, altijd, zonder er iemand te kennen of er vaak te komen, blijft het erdoorheen dwalen, de doorkijkjes, de geheime plekjes. Ik heb nooit begrepen hoe een toerist er aan toe komt een museum te bezoeken. Nu ja, dat heb ik natuurlijk wel gedaan, maar het grootste genot bleef altijd het zoeken naar dat museum, naar dat restaurant, naar die bar. Venetië geeft je een levensles: het gaat er niet om ergens te komen, het gaat om wat je onderweg tegenkomt!