Andrew Davidson

The Gargoyle

 

First Anchor Books Open Market Edition,
February 2008,
468 pages

 

The Gargoyle

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Charles Dickens

Hard Times

 

Penquin Books Ltd, 368 pp

 

 

kaft Hard Times

 

 

 


The Gargoyle - Andrew Davidson
First Anchor Books Open Market Edition, February 2008, 468 pp.


Mijn hemel, waar begin ik aan, dacht ik toen ik deze pocket opensloeg. Kriebelig kleine lettertjes en wel meer dan 450 pagina’s.
Na een moeizaam begin vlogen die pagina’s echter voorbij. Op een gegeven moment wilde ik echt niets liever doen dan verder lezen.

Waar gaat het dan over?
Over een brandwondenpatiënt, ik zal hem nu X noemen, hij krijgt geen neem in het boek.
Wel, X is een flierefluiter, een mooi exemplaar van het mannelijk geslacht. Zijn geld verdient hij in de porno-industrie. Hij zuipt, snuift en versiert alles wat los en vast zit, ook buiten werktijden.
Op een dag zit hij onder invloed van van alles en nog wat achter het stuur. Hij heeft net zijn fles brandy verspild in zijn schoot als hij van de weg afraakt en naar beneden stort. De auto vliegt in brand, hijzelf fikt als een fakkel. De tijd vertraagt tijdens deze vertelling, hij maakt het allemaal heel bewust mee. Dan glijdt de auto nog een stukje verder en belandt in een meertje. Dat is zijn redding. Hij overleeft het onoverleefbare. Of hij daar blij om moet zijn? Nee dus.
Als hij eenmaal uit zijn coma ontwaakt, lijdt hij helse pijnen. Er zijn wat tenen te verbrand geraakt om te redden en zijn penis bleek ook onredbaar. De behandelmethode komt neer op marteling. Er blijft voor hem niet veel anders over dan die pijn te verdragen tot het moment dat hij het ziekenhuis kan verlaten om daarna zo snel en zeker mogelijk een eind aan zijn leven te maken.

Dan komt Marian Engel, een vreemde maar mooie dame op zijn kamer. Zij zegt hem te kennen van zo’n 700 jaar geleden. Zij was toen een novice in een klooster in Duitsland. Hij was ook toen een brandwondenpatiënt. Zij verpleegde hem. Daarna is hij nog eens prijs gegeven aan de vlammen, maar nog nooit zo erg als nu.
X snapt hier niets van, maar ze is zijn enige bezoek en afleiding, dus wil hij wel meer van haar weten. Hij probeert uit te vinden of ze manisch-depressief of schizofreen of beide is.
Het ziekenhuispersoneel gedoogt haar bezoeken omdat ze hem goed doen.
Door haar ontstaan er allerlei mooie relaties. Tussen X en zijn behandelaars, tussen de behandelaars onderling en tussen iedereen en Marian Engel. Zij gedraagt zich als een ware engel in de hel die de brandwondenafdeling is.

Tijdens haar bezoeken vertelt ze hem verhalen.
Liefdesverhalen. Over de smid die, toen zijn vrouw in het Italië van de 14e eeuw besmet raakte met de pest, een pijl smeedde van hun trouwringen en zijn broer vroeg om hem met die pijl te doorboren.
Over de vrouw van goede afkomst die een boer huwde. Maar die boer kwam nooit meer terug van zee en de vrouw bleef jarenlang ’s avonds uren op de klif staan naar hem uitkijkend. Zó lang, dat de klif het begaf en zij niet de hand van haar zoon pakte, maar gelukzalig verdween in dezelfde golven die haar man meenamen.
Het verhaal van de homoseksuele Vking die tijdens een brand (alweer) het pasgeboren zoontje van zijn grote liefde het leven redde ten koste van zijn eigen leven.

En dan natuurlijk, mondjesmaat, het verhaal van haarzelf. Hoe ze opgroeide in een klooster in Duitsland. Dat ze een talenwonder was. Dat verhaal van haar verleden vond ik het spannendst. Alle vragen van X, die maar steeds probeert te bewijzen dat Marian stapelgek is, worden beetje bij beetje beantwoord.

Als X eindelijk zover genezen is dat hij het ziekenhuis mag verlaten, neemt Marian Engel hem mee naar haar huis. Ze heeft geld genoeg om alles op zijn verzorging aan te passen. Bij haar thuis gaan de verhalen verder. Ze verzorgt hem goed, maar steeds vaker wordt haar rijd in beslag genomen door de waterspuwers die ze uit steen bevrijdt. Het is niet zo dat ze opeens zin krijgt om een beetje te gaan beeldhouwen. Nee, ze wordt beheerst door de stemmen die uit het steen opklinken en die krijsen om bevrijding. Als dat gebeurt, is ze totaal van de wereld, niets dringt meer tot haar door. Naakt, zonder eten of drinken, met keiharde muziek aan om die krijsers niet te horen, werkt ze zich letterlijk doodziek.
Als ze dan begint af te tellen: nog 22 beelden, nog 17 beelden, dan weet je dat haar tijd er op zal zitten bij het laatste monster dat ze moet bevrijden. Dat laatste monster is X. Hij, die zoveel vrouwen bezat maar nooit iemand liefhad, moet genoeg van Marian houden om haar in zee te laten verdwijnen, wetend dat ze nooit meer terug zal komen. En hij houdt zoveel van haar! Ze zijn beiden bevrijd.

X is Marians enige erfgenaam. Tussen haar documenten vindt hij een vertaling van Dantes Inferno [Dante schreef daarna nog Purgatorio (Vagevuur) en Paradiso (Hemel)]. Alle deskundigen zijn het erover eens: dit is de vroegste vertaling van de Inferno ooit. Maar X staat het niet af en niemand mag erover praten.
Wat mij betreft: een boeiend en spannend boek.

Enige tijd later viel ik tijdens het zappen in een documentaire over een man met behoorlijk hevige brandwonden. Ik moest naar een andere zender, de pijn van die man was niet om aan te zien. Tijdens het interview vertrok zijn gezicht al vaak van de pijn. Bij een van de vele operaties die hij moest ondergaan, kon ik er echt niet meer tegen. Ik ben blij dat die afgrijselijke pijn in dit boek niet zo voelbaar wordt. Wat wel duidelijk wordt is dat iedereen zijn eigen hel krijgt. Het deed me denken aan Huis Clos van Sartre, ook een vreselijke hel, al is er geen vuur en geen pijn.
December 2009


Hard Times

Hard Times is een echte Dickens met heel zielige personages. Maar anders dan ik me herinner van andere Dickens’s loopt het hier niet met alle nobele zielen goed af. Er is gelukkig wel iemand die tot inkeer komt. Het eind wordt naar mijn gevoel gewoon afgeraffeld. Dit boek heb ik wel helemaal gelezen met de i-pod op mijn oren. Dat leidde behoorlijk af. Er zijn twee hoofdstukken met dezelfde stem, later kan diezelfde stem dan weer terugkomen. Maar niet alle stemmen zijn aangenaam om naar te luisteren. Sommige voorlezers doen overdreven hun best om ‘stemmetjes’ na te doen, andere stemmen kraken, aan weer andere stemmen hoor je dat ze een slokje water nodig hebben, soms hoor je het omslaan van pagina’s of achtergrondgeluiden als blaffende honden of verkeersgeluiden. En dan heb je ook nog het verschil tussen Amerikaanse en Britse voorlezers, waardoor hoofdpersonages opeens een heel andere naam krijgen.

Het verhaal
In Tom Gradgrinds visie op opvoeding is alleen plaats voor harde feiten, niet voor gevoelens. Vooral dochter Louisa heeft hieronder te lijden. Mevrouw Gradgrind is bijna altijd ziek en heeft veel verzorging nodig. Een goede reden om Sissy Jupe in huis te nemen wanneer haar vader, die clown is in een circus, ervandoor gaat. Niet omdat hij niet van haar houdt, maar juist omdat hij van haar houdt. Na de dood van zijn vrouw is hij een waardeloze clown en door weg te gaan, hoopt hij op een beter leven voor Sissy.
Als Tom Gradgrind, de zoon, van school af is, gaat hij werken op de bank van Mr Bounderby, een vriend van zijn vader. Bounderby is een bralligere kerel die zich er op laat voorstaan helemaal uit het niets zijn fortuin gemaakt te hebben. Deze kwal van een vent is verliefd op Louisa. Hoewel Louisa van hem walgt, trouwt ze met hem. Alleen maar om haar broer, van wie ze buitensporig veel houdt, een plezier te doen.
Nu moet de adellijke huishoudster Mrs. Sparsit verhuizen naar het bankgebouw, waar ze door haar afkomst een chique uitstraling aan kan verlenen.

Stephen Blackpool, een werknemer van Bounderby, houdt van Rachel, ook een werkneemster van Bounderby. Hij kan haar echter niet trouwen omdat hij al getrouwd is. Zijn vrouw komt alleen af en toe maar langs op zoek naar geld en goederen om haar drankverslaving te kunnen betalen. Stephen vraagt zijn baas om advies over de mogelijkheden van een scheiding. Maar Bounderby zegt hem dat je trouwt voor ‘better and worse’, tenzij je geld genoeg hebt om een advocaat te betalen. Op de terugweg naar huis ontmoet Stephen een vreemde oude vrouw. Ze is een grote bewonderaar van Bounderby en komt ieder jaar naar Coketown alleen maar om even een glimp van hem op te kunnen vangen.
Om onduidelijke redenen die volgens mij iets te maken hebben met de organisatie van werknemers of iets anders politieks (hier ging ik even diagonaal lezen) wordt Stephen door zijn omgeving volkomen genegeerd en verliest hij zijn baan. Alleen Rachel en Louisa geloven in zijn onschuld. Louisa en haar broer zoeken hem op. Ze treffen Rachel en de oude vrouw bij hem thuis aan. Louisa biedt Stephen geld aan, maar Stephen weigert. Broer Tom vraagt Stephen om hem een paar dagen rond 5 uur ’s middags bij het bankgebouw op te wachten. Hij zal dan proberen iets voor Stephen voor elkaar te krijgen, hij weet alleen niet of het hem zal lukken. Als later de bank dan beroofd wordt, valt natuurlijk automatisch de verdenking op Stephen.

Inmiddels heeft een andere figuur het toneel betreden: Mr James Harthouse, a fine gentleman. Hij komt om zaken te doen met Bounderby, maar wordt getroffen door de mooie Louisa. Hij doet er alles aan om bij haar in het gevlei te komen. Niet omdat hij verliefd op haar is. Het gaat hem om de uitdaging. Deze jonker is iemand die zich erg snel verveelt, nu heeft hij weer iets wat het boeit. Al gauw heeft hij door dat hij het via broer Tom moet spelen om wat aandacht van haar te krijgen.

Natuurlijk komen al deze lijnen bij elkaar. Zelfs Sissy, van wie de lezer pagina’s lang niets verneemt, gaat uiteindelijk nog een belangrijke rol spelen.
Vader Gradgrind komt uiteindelijk tot inzicht, maar verder is er niet echt sprake van happy endings. Op de laatste pagina’s wordt in vogelvlucht het verdere leven van de dan nog in leven zijnde personages alineagewijs afgehandeld.
Dat procédé herhaalde zich enigszins in het boek dat ik daarna las: Away van Amy Bloom. Over dat boek zal later meer