A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z


Lekker vakantieboek. Luchtig, grappig en flink cynisch over het belang van kijkcijfers. Ter wille van die kijkcijfers mag alles en iedereen ge- en misbruikt worden.

Mooi contrast in taalgebruik en culturele belangstelling tussen de politiespeurneus en zijn ondergeschikte. Een whodunnit met nogal zwart-wit getekende personages.

De magistrale rol van de commissaris op het eind waarbij zelfs hij begreep dat ‘roem’ iets met je doet, kon ik wel waarderen.

 

Ben Elton
Dead Famous

Black Swan 2002
(Bantam Press, 2001), 382 pp

  Ik miste wel wat onderling gekonkel tussen de bewoners van House Arrest.

Aan de andere kant was het sterk dat zij daartoe nauwelijks kans kregen vanwege de strakke regie van de programmamaakster. Alleen de internetkijkers kregen meer te zien, als dat niet ook geregisseerd was.Ik miste wel wat onderling gekonkel tussen de bewoners van House Arrest.
Het boek was minder grappig dan ik had verwacht, maar ik heb me er goed mee vermaakt.
September 2009


Nou dat was weer handig van mij. Deed ik allerlei moeite om aan een tweedehandsexemplaar van het boek Kaas te komen (niet de strip). Blijkt het al die tijd in mijn boekenkast te staan. Toch geen spijt. Het tweede, veel oudere exemplaar is afkomstig uit een reeks van Uitgeverij Ontwikkeling en is “gedrukt op de persen van de moderne boek- en handelsdrukkerij ‘Excelsior’, Antwerpen. Er zit ook een foto in van de originele futuristische omslag.
Ook leuk van dit exemplaar is dat er van alles bij geschreven staat. Het is kennelijk gelezen door een Franstalige Belg, want een aantal Nederlandse woorden wordt in het Frans vertaald. Het leukste woord is ‘luiermand’. Helaas kan ik de ‘vertaling’ niet helemaal ontcijferen, er staat corbeille en trousseau en misschien du j. né.
Wat me het meest opviel was de gedateerdheid van de inleiding vergeleken met de eigenlijke tekst van het boek. In de inleiding wordt uitgelegd wat ‘stijl’ is en dat is nog wel te doen, maar lezers en scholieren zijn uitsluitend van het mannelijk geslacht: Daarom moest men schooljongens vrij laten in de keus van ’t onderwerp (van een opstel) en die zevenenvijftig (hoezo grote klassen?) zo verschillende sukkelaars niet dwingen op een zelfde namiddag de Lente of de Begrafenis van Moeder te beschrijven.

Van het boekje heb ik weer genoten, al was ik vergeten dat ik het in 1993 ook al eens las. Toen schreef ik:
Over Frans Laarmans, een simpele klerk die zich tegenover rijke vrienden beter wil voordoen en in de kaashandel belandt. Een mislukking. Hij ontdekt de kameraadschap van zijn collega’s, de slimheid en tact van zijn vrouw en kinderen.
Overtuigend verteld door Laarmans zelf. Waar het kleine groot in kan zijn, heel charmant dus.

In een artikel van Frans Smits over Elsschot staan enkele opmerkingen over zijn stijl die verwoorden wat ik nu zo mooi aan deze roman vind. Het heeft te maken met het sarcasme en cyniscme van de schrijver, waarbij hij echter nooit harteloos is: “daarvoor houdt hij te veel van de mensen die hij in zijn werk laat optreden, hoe ongenadig hij ook hun kleinheid of egoïsme aan onze spot prijs stelt.”
 

Willem Elsschot

Kaas


Querido 1969,
eerste druk 1933
96 pagina's

kaft Kaas

  Een ander stijlkenmerk betreft het beschrijven van personages: hij beschrijft geen uiterlijkheden, maar tekent ze met een enkel woord.
Wat betreft de onderwerpen: hij behandelt geen grote conflicten maar met het kleine, het algemeen menselijke bereikt hij de diepte van een grote tragedie. Dit doet hij nuchter en zakelijk, hekelend met een zichzelf niet ontziend sarcasme, met een rebellerend non-conformise dat de menselijke zwakheid en blinde ijdelheid doorgrondt.
Dat de roman uit brieven bestaat, de brieven die Laarmans in zijn ‘kaasperiode’ schrijft, had ik niet gemerkt.

Ik kan mezelf nog steeds wel vinden in deze oude bespreking. Sommige lezers hadden er last van dat de hoofdpersoon zo onaardig was tegenover zijn vrouw. Voor mij was dat overduidelijk ironisch: hij is de zwakkeling, zijn vrouw is de krachtige persoonlijkheid, al laat ze zich daar niet op voorstaan.

Ook voelde ik weer iets van beklemming. Het debacle zie je al van ver aankomen en gun je de hoofdpersoon toch niet.
Kortom, een charmante vertelling.

Tot slot een paar citaten:
Ziek was zij eigenlijk niet, maar grondig versleten.

Na een korte tijd doofde de vonk weer uit en dan gaf zij die glimlach af die door merg en been ging. (Ja, die zie ik bij mijn eigen moeder ook steeds vaker).

Als dokter heeft hij voor het niet bezitten van een auto geen enkele gezonde verontschuldiging, te meer daar hij fietst en zodoende laat blijken dat hij er best een zou kunnen gebruiken.

Dat was wel een beetje brutaal van hem, want ik vind dat niemand mij geschikt vinden moet voor dat ik mijzelf geschikt heb gevonden.
Januari 2009



Lillian en Kaddish, een joods echtpaar, wonen in Buenos Aires ten tijde van alle ‘verdwijningen’. Er was altijd wel wat. Corrupte regeringen, junta’s, rebellen en wat al niet. Joden moeten sowieso onder welk regime dan ook extra oppassen.
Vooral hun zoon Pato, student aan de universiteit, omdat het met name jonge mensen zijn die opgepakt worden en simpelweg verdwijnen.

Liever dan het verhaal vertellen, plak ik hieronder wat ik aan de boekgrrls heb geschreven. Dat geeft dan in ieder geval het voor mij belangrijkste uit dit boek weer.

Eigenlijk weet ik niet wat ik van het boek vond. Ik denk dat als je bepaalde thema’s uitdiept, je op een ongelooflijk knap geconstrueerd boek uitkomt, terwijl je daar al lezende niks van merkt. Er zit behoorlijk was humor in, maar ik kon me er niet aan overgeven door de ernst van het onderwerp en de zekerheid van de afloop.

Die plastische chirurg, de dokter, vond ik wel het gekste personage. Zoveel tegenstrijdigheden in één persoon. Met zijn gokverslaving en wat al niet meer, is hij uiteindelijk toch de enige die Kaddish echt verder helpt. En als het om humor gaat, staat hij ook hoog op mijn lijst. Tegen het einde van het boek moest ik voor het eerst hardop lachen. De dokter heeft opeens twee honden. Hij zegt: “I tried to get rentals. Apparently that’s not the way they do it. And I have to say, I’ve become attached.”
Het is ook de dokter die een paar uitspraken over politiek doet, waar ik het helemaal koud van kreeg.

Nu eerst wat me vanaf het begin opviel: discontinuïteit, of een breuk tussen heden en verleden.
Op p. 7 vraagt Lillian al aan Kaddish: Which man is better off, the one without a future or the one without a past?
Het gaat dan natuurlijk over de muur die tussen de officiële joodse begraafplaats staat en de graven van de Benevolent Self. Het Engels vond ik af en toe wel moeilijk. Waarschijnlijk vooral omdat bepaalde dingen pas later duidelijk worden. De begraafplaats van de Benevolent Self is het deel van de Joodse begraafplaats waar voormalige hoeren en (tot op zekere hoogte) hun afstammelingen begraven liggen. Die muur is er zodat iedereen kan vergeten wat erachter ligt.
Favorita, de moeder van Kaddish, ligt er begraven. Zij geloofde dat een kind het begin van een nieuwe lijn kon zijn. De naam Poznan begint bij haar en we weten nu allemaal waar ie eindigt. Geen continuïteit!
Kaddish verdient zijn geld met het uitwissen van het verleden door de namen van de grafstenen te halen. Dat doet hij met liefde en eerbied. Zoon Pato gaat wel mee op die exercities, maar alleen om zijn moeder een plezier te doen. Hij zal nooit een hamer of beitel hanteren om een verleden uit te wissen.
Zo weigert Pato ook boeken weg te doen. Hij vergelijkt dat met de neuscorrecties die Lillian en Kaddish laten uitvoeren (de enige manier waarop de dokter zijn rekening kon betalen, want geld heeft ie niet): een ontkenning van wie je bent. Later zal Lillian de doeken over de spiegels laten hangen. Niet omdat ze gelooft dat haar zoon dood is, maar omdat haar spiegelbeeld met haar nieuwe neus haar haar zoon niet meer kan laten zien.

Op pagina 111 lees je een wel heel cynisch voorbeeld van ontkenning van het verleden. Kaddish moet in gouddraad geborduurde namen verwijderen uit een fluwelen voorhang. Als al het gouddraad weg is, zijn de namen veel duidelijker leesbaar dan daarvoor. Het verleden maakt een diepere indruk dan je denkt.
Op pag. 231 komt dat beeld weer terug.
Lillian heeft eindelijk haar habeus corpus, maar niet met de naam van haar zoon erop. Met dit document kan ze nog steeds niet bewijzen dat Pato verdwenen is.

 

 

Nathan Englander

The Ministry
of Special Cases


Faber and Faber, 2008
(first edition 2007), 339 pp.

 

kaft ministery of special cases

 

Ze heeft de foute naam dus uitgekrast, maar ‘the ghost of a name was still visible’. Ze geeft Kaddish de schuld: ‘All those Benevolent Self bodies buried in no-name graves. And for us the name is all we have left. That job is a curse’.

Een erg mooi beeld over de breuk tussen verleden en toekomst staat op pagina 236. Lillian bekijkt haar handen. Haar hele leven heeft ze vochtinbrengende crème aangebracht. Waar komen nu opeens al die hoog liggende aderen vandaan? Toch komen ze haar bekend voor. Haar moeder had zulke handen. En dan: ‘It is not like reading a palm, Lillian thought. There’s no future in it. The back of a hand is all past.’

Dan een paar citaten over politiek die me erg troffen.
Op p. 98 staat: ‘A regime that worried over minutiae was more troubling to Pato than one that hunted and killed its enemies in cold blood.’ Minutiae moest ik opzoeken. Mijn woordenboek zei iets als ‘details en kleinigheden’. Zelf heb ik het ook nooit op overdreven regelgeving gehad.
Maar het gaat verder. Natuurlijk bij de generaal en zijn vrouw, en daarna bij de visserman die veel van de verdwenen jongeren uit zijn vliegtuig de rivier in gooide. Hoe cynisch: ‘The government sees me as a treasure. I’m the man who tells their secret and out of whose mouth it sounds like a lie.”
De dokter maakt het later nog weer cynischer. De rebellen konden hun wapens kopen met het losgeld van de ontvoeringen. Ontvoeren was gewoon handel. Maar nu is er een idealistische regering en die heeft de ontvoeringshandel de nek omgedraaid. Als de regering niet meer omkoopbaar is, dan moet je pas écht oppassen.
Brrr, dus.

Kanttekening: voor Kaddish is de rivier die door Buenos Aires loopt zo groot als de zee. Maar sommige lichamen zouden dan toch wel aangespoeld zijn. Of het is inderdaad zo erg: we zien niks, we horen niks, we weten niks en we hebben dus ook niks te zeggen.
Nogmaals brrr!

Tot zover voor de boekgrrls.
Voor het verhaal: Lillian wil Kaddish niet meer in huis zolang hij niet gelooft dat hun zoon nog leeft. Kaddish kan niet zonder Lillian, hij probeert het. Maar hij kan de waarheid niet ontkennen, dus vertrekt hij weer.
Lillian gelooft dat ze met veel geld haar zoon kan vrijkopen, Kaddish moet dus maar voor dat geld zorgen. Hij gaat naar de dokter. De dokter gelooft niet meer in de ontvoeringshandel, tenzij je natuurlijk een kind van een generaal te pakken kunt krijgen.
Dat zal Kaddish nooit kunnen: iemand ontvoeren, een gezin in dezelfde ellende storten waarin hij verkeert.
Waar is hij dan wel goed in? vraagt de dokter. Nou ja, in graven en botten.

Kaddish gaat voor het eerst van zijn leven naar de grote, beroemde begraafplaats. Hij zoekt de botten van de vader van de vrouw van de generaal en hij vindt ze. Het lukt hem helaas alleen niet om daar losgeld voor te krijgen.
Hij gaat naar zijn vrouw en zegt de botten van hun zoon te hebben. Ze kunnen hem eindelijk begraven!
Er verandert niets. Lillian blijft nog steeds nachtenlang uit het raam kijken of Pato om de hoek verschijnt. Kaddish mag waarschijnlijk het huis niet meer in. Lillian zal het huis ook moeten, er komt geen geld meer binnen. Verwoeste levens alom!

Kaddish was de dromer, Kaddish had al die fantasieën over een betere toekomst. En Lillian geloofde daar ontzettend graag in. En toen verdween hun zoon. Maar Kaddish brengt het niet op om in Lillians fantasie te geloven.
februari 2010



 
Anne Enright - The Gathering (winner Booker Prize 2007)

 
  Even snel mijn impressies over het maand-boekt. Wat vond ik ervan? Zo voor de vuist weg, zonder het boek erbij: het is een relaas waarin je ongemerkt naar binnen wordt gezogen.

In eerste instantie had ik wat moeite met de vele mogelijkheden: zo zou Ada Nugent ontmoet kunnen hebben in een hotel, maar het had ook heel anders kunnen zijn. Ada was misschien wel een hoer. Maar misschien ook wel gewoon een charmant weesmeisje.
Later staat er ergens: ze zou dan en dan die jurk aan gehad kunnen hebben, alleen weet ik dat ze die jurk niet aan had, ik kan het alleen niet anders op mijn netvlies krijgen.
En ja, zo werken herinneringen. Ze zijn hoogst onbetrouwbaar. Feiten verplaatsen zich in tijd en ruimte: mijn oma had zeker zo'n jurk, maar ze kan hem nooit toen gedragen hebben want op die foto van veel later zit tante hem te naaien.
Het jammere voor Veronica is dat haar moeder eigenlijk niets systematisch bewaarde. Van foto's is volgens mij nooit sprake.

Iets anders waar ik moeite mee had, was de benadrukking van een seksueel (in)actief leven.
 

Vintage Books London 2007
261 pagina's

the gathering
  Het waarom daarvan wordt in de loop van het verhaal duidelijk, maar dat mag niet verklapt worden natuurlijk.

Voor mij was het het verhaal van iemand die even helemaal de weg kwijt is als haar broer(tje), met wie ze minder dan een jaar van leeftijd verschilt, opeens doodgaat. Wat er daardoor met haar gebeurt, heeft ze niet meer in de hand. En ze slaat verzinnend aan het herinneren. Die herinneringen leiden tot inzicht: niet alleen in de dood van haar broer, ook tot zelfinzicht, tot een beter zien van de overige gezinsleden en zelfs dus van de reeds lang overledenen.

Het boek geeft een verslag van die zoektocht naar het nauwelijks herinnerde, afgewisseld met een heden waarin de hoofdpersoon gekke dingen doet en amper standhoudt. Het hoogtepunt is dan The Gathering: als Liams lichaam eindelijk van Londen naar Dublin is overgebracht en hij opgebaard ligt in het ouderlijk huis.
De lezer raakt bij dit alles op een geraffineerde manier zeer emotioneel betrokken.

Over dit boek heb ik voor de boekgrrls de samenvatting: http://www.boekgrrls.nl/
gelezen, mei 2008
 


 
Vincenzo Esposito - La Festa di Santa Elisabetta

 
  De verhalen van After the quake (van Marukami) heb ik afgewisseld met stukjes Italiaans lezen uit het boekje La Festa di Santa Elisabetta. Het is geschreven door ene Vincenzo Esposito. Over hem valt niet veel te vinden als je googelt. Er is een kennelijk beroemde basketballer met dezelfde naam. Doet er verder ook helemaal niks toe.
Het leuke van iedere dag een klein stukje lezen (tot de volgende witregel), was dat dat helemaal in overeenstemming was met het boekje zelf.
De verteller geeft de verhalen weer die zijn grootmoeder hem vertelde voor het slapen gaan. Hij was toen een jaar of 8. Elk stukje tot de witregel is zo’n avondvertelling. Het was daardoor alsof oma haar herinneringen met mij deelde.
Oma maakte nooit een verhaal echt af. Ook zit er geen chronologie in. Er zijn vrolijke verhalen, droevige herinneringen, er is de eerste hevige verliefdheid en er is een broer die ooit vertrokken is en op wie ze nog altijd wacht. Er zijn tuinen, bloemen en geuren. Er zijn voorschriften hoe een
 

avagliano editore 1999
116 pagina's

vincenzo esposito
  jongedame van goede komaf zich heeft te gedragen. Er zijn recepties, buitenhuizen, ongelooflijk uitgebreide maaltijden. Kortom, verhalen uit een tijd die niet meer is, die alleen nog bestaat in het hoofd van oma. En oma voelt al vertellend weer de pijn, weer de vreugde, ruikt weer het voorjaar. Haar kleinzoon kan het allemaal aflezen op haar gezicht.
In het stukje na de laatste witregel zijn we jaren verder. Het huis waar oma als 18-jarige woonde, wordt te koop aangeboden. Eén grote teleurstelling: het lijkt in niets op de voorstelling die de kleinzoon zich had gemaakt naar aanleiding van oma’s verhalen. Pas als hij op het balkon staat, uitkijkend over het Elisabettaplein en de geuren van alle planten hem bereiken, komt er iets terug van oma’s verhalen.
Om dat vast te houden rent hij het huis uit, naar de haven. En daar vindt hij zin oma weer.
augustus 2008