kaft keukenmeidenromanparkietensigri: zonsondergangaidagastenboeknaar cursussen


HOME


boeken

huis en tuin

vakantie

uitgaan

website-
cursussen



In boekarchief staan over het algemeen de recent gelezen boeken. Vandaaruit kun je doorklikken op het alfabet voor nog meer archiefmateriaal. Dat is niet bijgewerkt; ik schrijf al zo veel langer boekbesprekingen dan dat ik een site bijhoud. Het boekarchief zelf blijft door tijdgebrek ook vaak onbijgewerkt.

Kathryn Stockett - Een keukenmeidenroman
vertaald uit het Engels door Ineke van Bronswijk
Uitgeverij Mistral
oorspronkelijke titel The Help © 2009, elfde druk 2010, 495 pagina’s

Nadat ik te horen had gekregen dat ik longkanker had, kon ik niet lezen. Hoe zou ik mijn aandacht bij een boek kunnen houden?
Toen kwam mijn buurmeisje met Een keukenmeidenroman. Ik heb het ademloos ‘verslonden’.

Het boek speelt zich af in een gehucht in Mississippi in de jaren zestig van de vorige eeuw. Kennedy is president, Martin Luther King heeft zijn droom. Het lijkt erop dat er voor de zwarte bevolking betere tijden aanbreken. In het Zuiden van de USA is daar niet veel van te merken. De zwarte hulpen in de huishouding worden nog steeds uitgebuit en vernederd.

In datzelfde stadje wonen drie hartsvriendinnen; ze kennen elkaar al vanaf de lagere school, maar de vriendschap is duidelijk aan het bekoelen. Daar is grijze muis Elizabeth, de intelligente journaliste Skeeter en Hilly, de baas, niet alleen van het stel, maar van álle vrouwen in die gemeenschap. In Amerikaanse films zie je het ook geregeld: één vrouw die de hele vrouwengemeenschap terroriseert.
Skeeter wil graag een boek schrijven. Een uitgever in New York raadt haar aan een opzienbarend onderwerp te kiezen. Dan komt Skeeter op het idee om zwarte huishoudelijke hulpen het woord te geven. Een bijkomende reden is dat zij er achter hoopt te komen wat er gebeurd is met de nanny die haar heeft opgevoed. Skeeter hield van die nanny meer dan van haar moeder, maar op zekere dag was ze verdwenen en Skeeter heeft nooit meer iets van of over haar gehoord.

Het is niet makkelijk om zwarte vrouwen zo ver te krijgen om hun verhaal te doen. Als er eenmaal twee meewerken, worden het er allengs meer. Het moet natuurlijk allemaal in het grootste geheim plaatsvinden.
De verhalen die volgen zijn vaak schrijnend. Gelukkig zijn niet álle witte bazinnen puur slecht.

Leuk is het ook om te concluderen dat de zwarte hulpen niet 100% machteloos waren. De blanke dames kunnen werkelijk niets! Dus als zo’n dame een feestje wil geven, moet ze er wel voor zorgen niet al te snel haar hulp te ontslaan en zeker niet als het de allerbeste kokkin in de wijde omgeving is.

Die blanke vrouwen zien de zwarten als volkomen inferieur, vies en dragers van allerlei ziektes, vandaar dat ze eigen wc’s krijgen. Desondanks vertrouwen ze hen hun allermooiste bezit toe: hun kinderen. Het heeft me altijd al met stomheid geslagen.
Eén van de hulpen probeert bewust de kinderen voor wie zij moet zorgen een ‘fatsoendelijke’ opvoeding te geven, dat wil zeggen, de kinderen respect voor zwarten bijbrengen. Ook dat is een stukje macht.

Als het boek dan eindelijk uitkomt, zitten alle medewerkers in de rats. Natuurlijk weet iedereen in het stadje wie er aan het woord is en over wie er gesproken wordt. Maar de kokkin die ooit voor het sekreet Hilly werkte, heeft ooit iets ‘ergs’ gedaan. Het is dit ‘erge’ wat hen uiteindelijk beschermt.

Spannend, ontroerend, aanzettend tot verontwaardiging, en tóch een feel-good-boek.
Heerlijk!
gelezen maart 2011, november 2011

Natalia Ginzburg - È stato cosí
Einaudi - © 1947, 105 pp

Het is lang geleden dat ik een boek in het Italiaans las. Heerlijk om dat weer eens te doen. Omdat ik de taal niet goed genoeg beheers om er zeker van te zijn dat wat ik denk te lezen, er ook inderdaad staat, krijgt alles meer mogelijke betekenissen. Die boeken moeten dan natuurlijk niet te moeilijk of te dik zijn, maar dat zijn ze bij Natalia Ginzburg gelukkig nooit. Ik houd erg van de verstilde sfeer die zij altijd weet op te roepen.

Op de eerste pagina van dit boekje vraagt de naamloze ‘ik’ aan haar echtgenoot Alberto om haar de waarheid te zeggen. Hij vraagt ‘welke waarheid’ en tekent ondertussen een lange trein met een zwarte rookwolk in zijn zakboekje. En dan staat er: ik heb hem tussen zijn ogen geschoten.
Dan denk ik, het zal toch niet echt zijn? Het is misschien een uitdrukking die ik niet ken. Maar het is wél echt.

Na het schot verlaat zij het huis, drinkt ergens koffie, begint te vertellen en vertelt verder op een bankje in het park. Het is een triest verhaal, iedereen is zo vreselijk eenzaam, zo liefdeloos. Maar er is geen échte reden om Alberto te vermoorden. Dat weet ze. Ze stelt zich maar steeds een rechercheur met een olijfkleurige huid voor, het enige wat ze wil is hem haar verhaal te vertellen: zo is het gegaan.

Ze vertelt hoe ze elkaar tegenkomen en veel tijd met elkaar doorbrengen. Over liefde wordt niet gesproken. Zijzelf weet niet of ze verliefd op hem is, waarschijnlijk niet. Maar als hij dan opeens lange tijd wegblijft en niets van zich laat horen, weet ze wel zeker dat ze met hem getrouwd wil zijn, ook al is hij verliefd op een reeds getrouwde vrouw, omdat ze gewoon altijd wil weten waar hij uithangt.

Ze krijgen een dochtertje. Het kind is ziekelijk, bleek en eet nauwelijks. Bovendien huilt het de hele lange dag door. Maar voor de ik is la bambina álles.
Op een dag wordt het kind ziek en niet veel later sterft ze.
Alberto blijkt dan haar rots in de branding. Eindelijk ervaart ze wat ze altijd dacht dat een huwelijk zou zijn: de intimiteit, de zorgzaamheid, niet alleen hoeven te zijn, zelfs samenwerkend aan een publicatie over Rilke. En altijd wetend waar hij is.
Maar dan houdt dat weer op en gaat Alberto vaker en vaker weg. Het is niet zijn liefde voor die andere vrouw, weet de ik inmiddels. Alberto blijkt gewoon niet in staat tot liefde.

Gedurende deze vertelling zit de ik nog steeds op dat bankje in het park. Haar voeten zijn bevroren, ze is door en door koud. Ze gaat terug naar het huis waar het lichaam van Alberto nog steeds ligt. Dan bedenkt ze zich dat er geen noodzaak is om met die olijfkleurige rechercheur te praten. En ze begint te schrijven. Voor wie? Die vraag is te moeilijk. Alle duidelijke antwoorden zijn voorgoed in haar opgesloten.
oktober 2011

Cissy van Marxveldt - Joop ter Heul - Omnibus
Uitgeverij Westfriesland
© 1985, 1999, 2008 - 992 pagina's

Mijn opvoeding kent de nodige lacunes. Veel daarvan heb ik inmiddels opgevuld, maar het gat Cissy van Marxveldt niet. Daar is een einde aan gemaakt door het lezen van de omnibus Joop ter Heul.
Tja, sommige dingen vallen niet in te halen, die moet je op de geschikte leeftijd doen. Er zijn mensen die nog steeds zonder mankeren Jopopinoloekiekoclub kunnen zeggen en dan ook alle bijbehorende namen nog kennen. Dat is bij mij niet gelukt.
Ik heb alle boeken weggelezen alsof ik chocopinda’s at. Genoten heb ik wel. Ook aan de bijbedoeling even aan niets anders willen denken, werd ruimschoots tegemoetgekomen.
De omnibus bevat de boeken: De H.B.S.-tijd van Joop ter Heul (1), Joop ter Heuls problemen (2) Joop van Dil-ter Heul (3), Joop en haar jongen (4) en De dochter van Joop ter Heul (5).

De eerste twee boeken waren het leukst. In boek 1 haalt Joop veel kattenkwaad uit en dreigt op school te blijven zitten. Vader huurt iemand in die haar bijles geeft. Al snel kunnen Joop en juffrouw Wijers het erg goed met elkaar vinden. Langzamerhand wordt het Joop ook duidelijk dat haar vader echt erg veel van haar houdt en niet alleen van haar rapporten.
In deel 2 wordt Joop als het ware volwassen. Ze wordt tante van Mol, juffrouw Wijers sterft en eindelijk kan ze verliefd worden zonder dat ze dat ‘stom’ vindt.

Daarna beginnen de boeken snel bergafwaarts te gaan. En ik geloof niet dat het aan een overdosis Joop ter Heul ligt. Hoewel het achter elkaar lezen van de diverse boeken wel een negatieve invloed heeft. Waar Joop in boek 3 een onredelijke pasgetrouwde vrouw is, is ze in boek 4 opeens een ongeloofwaardige heilige geworden. Ongeloofwaardig omdat ze eerst een zieke vriendin gaat verplegen, terwijl ze net moeder is geworden. Dan besmet ze haar eigen baby met de ziekte van haar nichtje. Op verzoek van haar onuitstaanbare zus, zorgt ze dan toch voor dat nichtje en laat ze haar eigen baby weer aan opa en tante over. En het is niet zo dat zuslief er geen personeel op na houdt.
Deel 5 zie ik als een erg slechte kopie van deel 1. Nichtje Mol is net zo onuitstaanbaar als zus Julie. De beide echtgenoten zijn ook kopieën van elkaar. Alleen is in dit deel het verhaal opgehangen aan zo’n onnozel leugentje dat voor kluchtige situaties moet zorgen, dat is, nou ja, niks dus.

Sommige ergernissen bleven nog wel een tijdje in mijn hoofd zitten. Zo is daar broer Kees die in boek 1 een behoorlijk aardige broer is. Hij is alleen verliefd geworden op het verkeerde meisje. Joop weet daar wel wat op en ze koppelt hem aan Pop, haar beste vriendin. Wat er met die twee gebeurt, valt met geen pen te beschrijven. Kees heeft nergens anders meer aandacht voor: ze zitten de hele tijd aan elkaar te pulken en drinken zelfs uit hetzelfde glas, en dat gaat door tot en met boek 5. Dat de vlotte en laconieke Pop zich dit laat welgevallen, is ongelooflijk.
In de rol van de moeder moet ook een hoop ellende ‘casual’ worden weggeschreven, zo’n moeder zou tegenwoordig huizenhoge trauma’s veroorzaken.

Ach nu ja, ik weet nu waarover het gaat. Een échte bijdrage tot mijn algemene ontwikkeling is het niet gebleken, maar wel dus lekkere chocopinda’s.

En o ja, Cissy's van Marxveldts zoon, Jan van Marxveldt, is verantwoordelijk voor deze omnibus. Hij heeft vast erg zijn best gedaan en ook de originele tekeningen opgenomen. Helaas wemelt het boek van de fouten. Die hadden er bij deze druk wel uitgehaald mogen worden. Ik verwijt dat de uitgever, niet de zoon!
september 2011

Lawrence Hill – Het negerboek
Vertaald door Ine Willems
Ailantus, Amsterdam 2011, vierde aanvullende druk

De titel en de kolommen op de voorkaft verwijzen naar het boek waarin de namen en korte beschrijvingen zijn opgenomen van honderden negers. Het zijn de negers die door de Britten niet langer als Amerikaans ‘bezit’ worden beschouwd en die dus in aanmerking komen om als vrije mensen naar Nova Scotia verscheept te worden, alwaar hen land is beloofd. Maar dan zijn we al op driekwart van het boek.

De roman begint bijna bij het einde ervan. Het is 1802, Aminata Diallo staat op het punt als eerste zwarte de koning van Engeland te ontmoeten. Ze is omringd door abolitionisten die ervoor ijveren de slavenhandel tot stilstand te brengen. De slavernij afschaffen is op dat moment nog een brug te ver.
Om deze beweging kracht bij te zetten, schrijft Aminata haar levensverhaal op. Dit verhaal is het boek.

Aminata komt uit Bayo in Afrika, waar haar vader edelsmid is en haar moeder vroedvrouw.
Van haar vader leert ze (tegen de regels in omdat ze een vrouw is) Arabisch lezen. Van haar moeder leert ze baby’s halen. Haar wens is het om djeli (verhalenverteller) te worden, maar ook dat is het voorrecht van mannen.
Wanneer ze een jaar of elf is, wordt ze ontvoerd door slavenhandelaren. Ze blijft maar roepen dat het een vergissing is: zij is een vrijgeboren moslim. Dit in tegenstelling tot de zogenaamde woloso’s, een soort slaven.
De slavenhandelaren zitten er niet mee. Er volgt een lange tocht naar zee. Onderweg haalt ze baby’s, er sterven mensen, ze sluit vriendschap met een van haar ontvoerders, de jonge Chekura.
Aan het eind van de tocht ziet Aminata de eerste blanke: Een gevlekte huid als die van een pasgeboren big. Gekrompen lippen, zwart uitgeslagen tanden. Maar groot, en lang, de borst naar voren als een stamhoofd. Dit was dus een toubab!
Voordat ze scheep gaan, worden de vrouwen gebrandmerkt. Het lijkt erop dat juist deze wreedheid uiteindelijk de doorslag geeft bij de afschaffing van de handel in slaven.

Op het schip dat hen naar Amerika zal brengen, ziet ze het als haar taak om alle namen te kennen, om iedereen een plaats in de geschiedenis te geven zodat niemand vergeten worden. Ze neemt op het schip een uitzonderingspositie in omdat ze een vroedvrouw is en ‘beschermd’ wordt door de medicijnman, een roodharige toubab. Ze kan zich ook vrij beneden- en bovendeks bewegen.
Desalniettemin komt ze meer dood dan levend aan op Sullivan’s Island waar alle gezonde gevangenen worden verkocht. Aminata en de overige afvalslaven gaan elders voor een prikkie van de hand.

Ze komt terecht op de indigoplantage van Robinson Appleby. Hier vindt ze een beschermster in de vorm van Georgia. Een relatief fijne periode breekt aan. Van Georgia leert ze veel over geneeskrachtige kruiden en van Mamed, een afstammeling van een blanke en een slavin, leert ze lezen en de taal van de toubab spreken. Hij heeft veel boeken waar Aminatie niet genoeg van kan krijgen. Omdat Georgia de naam Aminata niet kan uitspreken, wordt ze vanaf hier ‘Meena’ genoemd. Ook ontmoet ze Cheruka weer, ze zijn verliefd, trouwen zelfs en krijgen een zoontje. Dan breken er zware tijden aan. Meena moet toezien hoe haar zoontje weggevoerd wordt door een slavenkoopman. Zelf wordt ze wordt verkocht aan de joodse indigocontroleur Solomon Lindo die haar meeneemt naar Charles Town. Ze houdt van mevrouw Lindo, van de meid Dolly, ze haalt bij beiden een zoontje van wie ze houdt alsof het haar eigen kinderen waren. Een pokkenepidemie haalt al deze mensen van wie ze houdt weg.

Zo gaat het maar door. Steeds weer verliest ze mensen en moet ze opnieuw beginnen.
Ze woont in New York, alwaar ze op een gegeven moment meehelpt aan het ‘negerboek’. Haar lot is nauw verbonden aan de relatie tussen de Britten en de Amerikanen.
Als een van de laatsten (Cheruka vertrok al veel eerder) wordt ze verscheept naar Nova Scotia, ze is dan zwanger van May. In Nova Scotia krijgt uiteraard niemand land. En als de Britten hen dan land aanbieden in Afrika, popelt Aminata. Al die tijd wilde ze alleen maar terug naar Bayo. Haar dochter is dan al meer dan vier jaar geleden meegenomen door die ‘vriendelijke’ blanke dame en van haar man heeft ze al sinds haar aankomst in Nova Scotia niets meer vernomen.

In Afrika, Freetown, Sierra Leone, krijgt uiteraard weer niemand land. De Nova Scotiërs worden gebruikt door de Britten, al worden ze dan geen slaven genoemd. Aminata probeert nog eenmaal terug te keren naar Bayo, maar wordt dan bijna opnieuw ontvoerd.
Die droom geeft ze op. Ze wil alleen haar vrijheid nog maar bewaren. Dus ze keert terug naar Engeland zodat de abolitionisten haar levensverhaal kunnen gebruiken voor de goede zaak.

Ondanks alle wreedheden begaan tegenover de medemens, kun je dit boek toch vlot lezen. Aminata vertelt haar verhalen zonder spoor van huilerigheid of zelfmedelijden.
Een paar citaten uit het eerste hoofdstuk:
- Een meisje op een school: ‘Ze vroeg waarom ik zo zwart was. Ik vroeg waarom zij zo wit was. Zo was ze geboren, zei ze. Ik ook, antwoordde ik.’
- ‘Mijn teennagels zijn gelig, verkalkt en dik, en uitermate bestand tegen de nagelschaar.’
- ‘Wanneer ik eenmaal de koning heb ontmoet en mijn verhaal heb verteld, wens ik hier begraven te worden, in Londense aarde. Afrika is mijn thuisland. Maar ik heb genoeg reizen doorstaan voor vijf mensenlevens, dank u zeer, ik heb er mijn bekomst van.’

Mooi is hoe het belang van taal in alle opzichten wordt benadrukt. Dankzij het feit dat Aminata zoveel talen leert spreken, is ze in staat zo ver te komen als ze gekomen is. Het heeft ook letterlijk haar leven gered. En natuurlijk zou ze zonder dat nooit djeli hebben kunnen worden en de andere slaven een gezicht hebben kunnen geven.
Omdat Aminata zo naar Afrika verlangt, probeert ze overal waar ze maar kan wereldkaarten te bekijken. Helaas komt Afrika er maar karig af op die kaarten. Daarnaar verwijst ook het motto van het boek:
Dus vult de kaartenmaker Afrikagaten
Met menig barbarijtafereel
En waar de bewoners de bergruggen laten
Plaatst hij van armoe een olifantsbeeld
Jonathan Swift

Dat er in een van de nawoorden aandacht wordt besteed aan het gebruikte lettertype stel ik zeer op prijs: De Nederlandse en de Engelse uitgaven van Het negerboek zijn gezet in Carol Twombly’s Adobe Caslon, naar het door William Caslon I, Engelands eerste grote letterontwerper, gebruikte lettertype. Zijn letters, waarvan de eerste in 1725 werden uitgebracht, werden in 1776 door Benjamin Franklin gebruikt voor het zetten van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring.

In een ander nawoord geeft de schrijver van de belangrijkste onderwerpen kort aan waar hij stut op historiciteit en waar hij de feiten veranderd heeft zodat ze de roman ten dienste staan.

Eén minpunt: ik vond het niet overal geloofwaardig. Aminata/Meena bevindt zich wel erg vaak in een positieve uitzonderingssituatie. De bescherming de medicijnman en van Georgia, de verregaande vriendschap met Sam Fraunces in Manhattan die zo ongeveer alles voor haar doet, zonder dat hij haar kent, dat ze meteen wordt aangenomen door de drukker in Nova Scotia en zo zijn er meer voorbeelden.
Maar ach, het levert ons een prachtig levensverhaal op, dus kniesoor die daar op let.
September 2011

Marina Fiorato - De glasblazer
Vertaald door Ernst de Boer en Ankie Klootwijk
Eerste druk © 2006
2007 Artemis & co, Amsterdam

Onze vriend Gianni heeft het hotelwezen eraan gegeven en heeft op Murano een gigantische glasblazerij gepacht. Tijd om het boek De glasblazer, dat hier al een tijdje lag, te lezen.

Het heden en de tijd tussen ongeveer 1640 en 1680 wisselen elkaar af.
In het heden gaat het over Leonora Manin, een achterkleinkind van Corradino Manin.
Corradino was een beroemde glasblazer die nog steeds vereerd wordt in Venetië en wiens werk tot op de dag van vandaag bewonderd kan worden. Dit is dus allemaal niet waar. Corradino Manin is geen historisch personage. De beschreven glaswerken, locaties en overige historische gegevens kloppen wél.
Het is een boeiend verhaal. Door een gigantische brand in Londen, besloot men in 1291 de gevaarlijke glasblazerijen naar Murano te verbannen. Een bijkomende reden was om het geheim van de glasblazerij te bewaren. De glasblazers mochten dan ook niet van Murano af. Voor Corradino wordt een uitzondering gemaakt omdat hij zo verschrikkelijk getalenteerd is en de locaties met eigen ogen wil aanschouwen om tot precies de juiste kleurenschakeringen, dimensies, weerspiegelingen en en wat al niet meer te komen.
Zo hangt er in de Santa Maria della Pietà een kristallen kroonluchter met honderd druppels. Iedere druppel is net even anders. Tijdens een muziekuitvoering zingt iedere druppel zijn eigen, bijna onhoorbare, contrapunt.

Leonora komt naar Venetië nadat haar man haar heeft verlaten voor een vrouw die wél kinderen kan krijgen. Hoewel haar vader een Venetiaanse vaporettobediende was, is zijzelf nooit naar Venetië geweest. Voornamelijk omdat haar moeder dat tegenhield. Haar moeder was teleurgesteld omdat de vader van haar kind niet naar Engeland kwam. Pas veel later kwam zij erachter dat hij al vrij snel na haar vertrek overleden was aan een hartaanval.
Leonora is docente glas en keramiek. Zij wil niet zomaar naar Venetië, nee, ze wil glasblazer worden. Maar glasblazers zijn mannen, vrouwen komen er niet in voor.
Door haar beroemde achternaam krijgt Leonora tóch een kans om een proeve van bekwaamheid af te leggen en wordt zowaar nog aangenomen ook. Een van de mannen uit de fabriek vertelt haar trots dat zijn voorvader de beroemde Giacomo del Piero was. En Leonora concludeert dat die dan vast háár voorvader gekend moet hebben: Corradino Manin. De volgende dag wil niemand meer met haar praten: Corradino wordt als een verrader beschouwd.

Vanaf dat moment ziet Leonora het als haar belangrijkste opdracht om de waarheid over haar voorvader te achterhalen. Alle gegevens die boven water komen over het leven van Corradino Manin zijn lezenswaardig en boeiend.

Maar dan de rest. Een tenenkrommende romance met een medewerker van de politie die haar aan haar officiële papieren helpt en natuurlijk ook aan een prachtig appartement op de beroemde Campo Manin (bestaat echt).
Een citaat: Teruglopend kust hij haar. Harde stoppels, zachte mond, en een vuur dat ik vergeten was. (Gedachten worden in dit boek vaak cursief weergegeven.) Bij dit citaat denk ik al: nou, nou.
Maar het kan erger. Ze maakt dan vervolgens op het San Marcoplein ook nog een paar volmaakte radslagen uit vreugde. Let wel, we hebben het hier over een vrouw van boven de dertig!
Elders in het boek komt een journaliste voor. Zij is de ex-vriendin van Leonora’s nieuwe liefde en wordt beschreven als een sexy, zelfverzekerde vrouw in een onberispelijk, maar al even sexy mantelpakje, een vrouw die alle ogen op zich gericht weet maar die niet op of om kijkt. Als zij er bij een interview met Leonora achterkomt dat Leonora de nieuwe geliefde van haar ex is, wordt het voor deze vrouw pas echt interessant. Wat zou het grappig zijn om hem weer van haar af te pakken. En uit vrolijkheid huppelt zij de Campo Manin over. Zie je het voor je? Dat zelfverzekerde, huppelende mantelpakje?

Gelukkig was wat er over Venetië gezegd werd leuk om te lezen, af en toe heel herkenbaar, vaak ook volkomen nieuw.
Augustus 2011

Marina Lewycka - A Short History of Tractors in UKRAINIAN
Penguin Books 2006, eerste druk 2005 Viking, 324 pagina’s

De laatste keer dat de zussen Vera en Nadezhda elkaar zien, is op de begrafenis van hun moeder. Onenigheid over de verdeling van moeders geld is de reden dat zij geen contact meer met elkaar hebben. Bovendien zijn ze erg verschillend. Vera is zo’n 8 jaar ouder en heeft als kind de ontberingen van de oorlog meegemaakt. Nadia’s leven is daarentegen altijd comfortabel geweest.
Als vader bekend maakt dat hij een vriendin heeft die, om niet teruggestuurd te worden naar de Oekraïne, zal moeten trouwen met een Engelsman, hijzelf dus, wordt telefonisch contact tussen de beide zussen noodzakelijk.

Het verhaal gaat dan ook over de pogingen van de zussen om hun vader te beschermen tegen een vrouw die hem fysiek de baas is en hem financieel leegzuigt enerzijds en de strijd van de rondborstige Valentina om in Engeland te kunnen blijven anderzijds.
Net als in We are all made of glue wordt de trieste geschiedenis van wat mensen moeten ondergaan in oorlogstijd op min of meer toevallige wijze verteld. En ook net als in Glue mondjesmaat. Hier zijn het Vera en vader die Nadia af en toe antwoord geven op haar vragen, maar het verhaal nooit afmaken.

Grappig zijn de ideeën die Valentina over het westen heeft. Zo heeft ze liever een oude Rolls die het niet doet dan een goede Ford. Haar gasfornuis moet bruin zijn, ook al kost dat zoveel meer, want in de Oekraïne waren ze altijd al wit. Haar onredelijkheid in dit opzicht is grenzeloos en zal zich uiteindelijk tegen haar keren.
Tóch duurt het nog even voordat vader toestemt in een echtscheiding. Hij laat zich eerst opsluiten, fysiek mishandelen en uitschelden: ‘What you want in bedroom, eh? Thpjhoo! You squishy squashy. You flippy floppy. Squishy squashy flippy floppy!’
Dan heeft Valentina ook een kopieerapparaat gekocht waarmee ze al vaders correspondentie kopieert, maar de druppel is waarschijnlijk het baby-alarm waarmee ze zijn telefoongesprekken met zijn dochters afluistert.

Vera en Nadia verdelen de taken. Vera is gescheiden en dus de expert op dat gebied. Nadia doceert sociologie aan de universiteit. Deze hele kwestie maakt haar een ander mens: It feels uncomfortable at first to step out of my soft-soled liberal shoes into the stilettos of Mrs Flog-‘em-and-send-‘em-home of Turnbridge Wells, but after a while the new shoes mould to my feet. 

Het leukste vond ik toch wel de manier waarop Valentina door onwetendheid en overdreven verhalen over het westen haar eigen rechtszaken verliest. Gelukkig loopt het desondanks niet slecht af met haar; dat zou niet passen in dit boek.

Naast het (economische) ‘vluchtelingenverhaal van Valentina, is er de verhandeling die vader schrijft over de geschiedenis van de tractor. Het eindigt met de waarschuwing dat uitvindingen die de mensheid verder brengen heel makkelijk gebruikt kunnen worden om diezelfde mensheid te vernietigen. Daarnaast spelen natuurlijk de gebeurtenissen in de Oekraïne in de tijd van Stalin en de Tweede Wereldoorlog en hoe dit alles doorwerkt in het heden een rol.

Maar het belangrijkste voor mij is de relatie tussen de zussen. Het grappigste stukje uit het boek vond ik:
‘The woman who gave Mother sixpence.’
Mother, our mother, did not dash the coin in her face; she mumbled, ‘Thank you, lady,’ and slipped it into her pocket. The shame of it!
‘Oh, that. I think she was a bit drunk. You mentioned it once before. I don’t know why you go on about it.’
‘It was that moment — more than anything that happened to me afterwards — that turned me into a lifelong socialist.’
There is silence on the other end of the telephone and for a moment I think she has hung up on me. Then: ‘Maybe it was what turned me into the woman in the fur coat.’

Mooi is het hoe de oorzaak van de jarenlange verwijdering tussen beide zussen bijna zonder woorden wordt opgelost. Nadia brengt moeders erfenis ter sprake en Vera zegt:
‘Well why don’t we just add it to that account?’
‘OK.’
And that is that.
augustus 2011 (gelezen mei 2011)

Vrijheid - Jonathan Franzen
2010 Prometheus Amsterdam, 589 pagina's
oorspronkelijke titel Freedom, vertaald door Peter Abelsen

Het verhaal
Patty en Walter Berglund wonen in een oude, nieuwe wijk. Ze hebben een dochter Jessica en een zoon Joey. Patty is de ideale buurvrouw, ze vergeet niemands verjaardag, bakt altijd koekjes, sport veel, en ziet er goed uit. Zij is ook de enige full-time huisvrouw in de buurt. Walter valt op door zijn grenzeloze aardigheid en zijn vermogen te luisteren.
Ik vond dit een leuk hoofdstuk, een lekkere roddelbuurt. Helaas bleef het beperkt tot dat ene hoofdstuk.
Daarna volgt een heel ander verhaal.

Patty wordt een ander mens met een sarcastische spreektrant vanaf de dag dat zoon Joey een seksorgie houdt met zijn buurmeisje. Voor Walter komt de omslag wanneer Joey niet lang daarna bij de buren gaat wonen. Niettemin is iedereen verbaasd als Walter zijn baan bij M3 (wat dat ook moge zijn) opzegt en gaat werken bij Nature Conservancy. En dan volgt ook nog de verhuizing naar Washington, zeer tegen de zin van Patty.

Het volgende hoofdstuk is een soort dagboek dat Patty schrijft op aanraden van haar therapeute. Het beschrijft hoe ze genoot van basketbal, waarin ze erg goed was. Dat hele sportgedoe vond ik niet erg overtuigend beschreven. Ook beschrijft ze haar vriendschap met de onbetrouwbare Eliza, via wie ze de musicus Richard, en daarmee zijn huisgenoot Walter ontmoet. Van die Eliza hoor je later nooit meer iets.

Walter lijkt lekker bezig. Hij krijgt een substantieel salaris om een bedreigde vogelsoort te redden. Hij wordt daarbij geassisteerd door de mooie en praktische Lalitha, die ook nog eens helemaal gek op hem is. Toch wordt hij meer en meer een verbitterde zeurpiet. Ook al toen hij nog niet in gaten had dat hij compleet gecorrumpeerd was geraakt. Lalitha’s idee om Richard bij hun ondernemingen te betrekken, om door zijn naamsbekendheid meer geld in te zamelen, resulteert alleen in een serieuze huwelijkscrisis.

Op een dag knapt er iets bij Walter. In een redevoering die de bergtopmijnbouw zou moeten verheerlijken, doet hij precies het tegenovergestelde. Een heerlijke opsomming, dat wel. Daar staan er trouwens meer van in het boek. Zoals bijvoorbeeld vanaf pagina 516 waar Walter niet kan begrijpen waarom de conservatieven nog steeds zo verbitterd waren. Natuurlijk wordt hij ontslagen en zet zich nu met Lalitha in voor waar hij zich werkelijk bij betrokken voelt: Free Space, dat wil zeggen: minder mensen op aarde.

Zoon Joey krijgt trouwens ook de nodige hoofdstukken, maar dochter Jessica niet een!

Ik heb het boek niet met plezier gelezen. Eigenlijk vond ik het erg veel gezeur en ook zo wat herhaling waarop ik niet zat te wachten. Voorzover een personage al een gevoel bij me opriep was dat voornamelijk irritatie.

Er wordt goed duidelijk gemaakt hoe je, ondanks je idealen, al snel in een moeras van corruptie terecht kan komen. Het hele gedoe met verouderde trucks die dan bestemd zijn om gebruikt te worden door Amerikaanse soldaten in Irak lijkt wel overdreven, als je niet zou vermoeden dat het gewoon waarheid zou kunnen zijn. Aan de andere ideële doelen kleeft ook een luchtje. Je zou het als ironisch kunnen lezen. Want waar slaat het op om een vogelsoort te redden ten koste van zo ongeveer al het natuurschoon in de omgeving.
En het nastreven van minder mensen op aarde om overconsumptie aan banden te leggen, is natuurlijk al eens in China uitgeprobeerd. Waarbij komt dat Walter zelf in gedachten al zondigt tegen zijn eigen ideaal. En voor Patty het krijgen van kinderen het enige echt belangrijke is geweest dat zij in haar leven heeft gedaan.
Met de maatschappelijke betrokkenheid is er wat mij betreft niks mis. Maar ik vond het allemaal zo stomvervelend en langdradig.
juli 2011

Zeitoun – Dave Eggers
Penguin Books 2010, © 2009, 335 pages

Wat voelde ik me verontwaardigd na lezing van dit boek. Nog steeds trouwens.

Ik las het toen het Mississippigebied weer veel in het nieuws was door nieuwe overstromingen. Huizen werden ontruimd om een overstroomgebied te creëren en daarmee New Orleans te ontzien. In dezelfde tijd en nog steeds was/is Syrië veel in het nieuws. Het is maar goed dat de familie Zeitoun daar destijds niet naar is teruggekeerd.
Tevoren wist ik niet wat ik van dit boek moest verwachten. Veel non-fictie lees ik niet. Maar het heeft me diep geraakt.

Het verhaal
Abdulrahman Zeitoun heeft zich, na als zeeman de hele wereld rondgereisd te hebben, in 1994 gesetteld in New Orleans. Hij is dan al getrouwd met Kathy, een tot de islam bekeerde Amerikaanse. Het verhaal van haar bekering heeft indruk gemaakt. Voor de zoveelste keer lees ik dat er meer overeenkomsten zijn dan verschillen tussen de koran en de bijbel.
Kathy had al een zoon uit een eerder huwelijk. Samen krijgen ze nog drie dochters.

De burgemeester van New Orleans raadt iedereen aan de stad te verlaten. Later wordt het een plicht. Zeitoun blijft. Hij is bouwer van beroep en heeft veel klanten die hem vragen hun huis dicht te timmeren tegen de storm. De liefde waarmee Zeitoun de diverse huizen repareert, de manier waarop hij die huizen koestert, het staat haaks op de grote vernietiging die dan nog moet komen.
Over het huis van de schrijfster Anne Rice wordt gezegd: It was this kind of willful, wildly romantic attention to beauty – crumbling and fading beauty needing constant attention – that made this city so unlike any other and such an unparalleled sort of environment for a builder. Je ziet het voor je, je anticipeert op de pijn.
De eerste dagen na het vertrek van Kathy is Zeitoun druk bezig met het veilig stellen van huisraad op de hoogste verdieping. Hij vindt daarbij veel oude foto´s en zo leren we Abdulrahmans familie kennen. Hij heeft nogal wat broers en neven en nichten. Abdulrahmans grote voorbeeld is zijn 18 jaar oudere broer Mohammed. Hij was een wereldberoemd zwemkampioen, bekend als the Human Torpedo of the Nile Alligator. Mohammed komt op 24-jarige leeftijd om bij een auto-ongeluk, maar wordt niet vergeten: er is een monument voor hem opgericht op het dorpsplein.

Zeitoun heeft een oude kano gevonden waarmee hij enkele mensen kan redden en opgesloten honden eten kan brengen. In een van zijn huizen is er nog een vaste telefoonlijn die werkt. Iedere middag om 12 uur belt hij Kathy. Zij smeekt hem steeds naar haar toe te komen. Wat ze allemaal op de televisie ziet, gaat ieder voorstellingsvermogen teboven. Er wordt geplunderd, mensen worden zonder aanziens des persoons neergeschoten, óók door de politie en het leger. Het brakke water met dode mensen en dieren veroorzaakt gevaar voor de gezondheid. Zeitoun kan niet veel meer doen in New Orleans, dus hij besluit te vertrekken. Juist als hij Kathy daarover wil bellen, is er iemand aan de deur.

De dan volgende hoofdstukken worden allemaal vanuit Kathy verteld. Zij hoort maar niets van Zeitoun, het lukt haar niet om het voor haar kinderen te verzwijgen. Dan eindelijk, na ruim twee weken, ontvangt ze een telefoontje van een priester die haar vertelt dat Zeitoun in leven is.
Dan volgen er hoofdstukken met dezelfde dagen als titel. Deze vertellen vanuit Zeitoun. Het is alsof een dag die niet vanuit beiden verteld wordt, niet af is.

Zeitoun werd samen met ene Ronnie, Todd en Nasser afgvoerd naar het Greyhound busstation. Ze moeten zich uitkleden en worden anaal onderzocht. Zeitoun denkt de schaamte niet te kunnen overleven.
De parkeerplaats van het busstation is veranderd in één grote openluchtgevangenis. Nu begrijpt Zeitoun waar al die militaire boten die hij zag de dag na de watersnood naar op weg waren. Ze namen geen slachtoffers mee. Zeitoun, die altijd het beste van iedereen denkt, dacht nog dat ze door de moters het hulpgeroep niet konden horen. Maar nee, het betekende dat: within a day of the storm’s eye passing over the region, officials were making plans for the building of a makeshift outdoor prison. Fencing and razor wire would have had to be located or ordered. The toilets and floodlights and all the other equipment would have been to be borrowed or requisitioned.
Na drie dagen worden ze naar het ELAYN HUNT CORRECTIONAL CENTER gebracht. Dat is een maximaal beveiligde gevangenis. Ze zitten in veel te kleine cellen, de omstandigheden zijn onmenselijk, er is geen aanklacht, geen proces en geen medische hulp. Op vragen krijgen ze alleen te horen dat zij niet hun probleem zijn, maar het probleem van de Federal Emergency Management Agency (FEMA).

Journalisten proberen de waarheid aan het licht te brengen. Het belachelijkste verhaal is dat van Merlene Maten. Zij is een 73-jarige diabetica die met haar man in een hotel zit. Wanneer zij worstjes uit haar eigen (!) auto haalt, wordt ze opgepakt. De winkel waaruit ze gestolen zou hebben, heeft die worstjes niet eens in het assortiment, plus dat de vrouw op haar leeftijd niet over al het puin had kunnen klauteren.

En dan opeens wordt Zeitoun vrijgelaten. Hij is niet interessant meer voor FEMA.
Drie jaar later zijn ze er financieel wel weer bovenop. Maar Kathy lijdt aan een posttraumatisch stressyndroom. Ze willen meer weten van wat er nu eigenlijk is gebeurd.
Wat ze vinden doet je haren recht overeind staan van verontwaardiging en van schaamte ook wel.
Na 9/11 is er een zogenaamde ‘red cell’groep opgericht. Deze groep bestaat uit vertegenwoordigers van Homeland Security, CIA, de Marine en dergelijke. Er is deze groep gevraagd naar mogelijkheden van terroristen om toe te slaan tijdens een orkaan. Ze hebben er drie categorieën van gemaakt: pre-event, during-event en post-event.
Het leek de ‘red cell’groep onwaarschijnlijk dat een terroristische groepering gedurende een orkaan iets zou organiseren. Maar een splintergroepering of een enkele extremist zou wel degelijk gebruik kunnen maken van de situatie gedurende een orkaan.
Dat is natuurlijk ook de reden dat Zeitoun ene Jeff in zijn cel krijgt die hem steeds maar vraagt over Bush die toch van geen kanten deugt en al helemaal zijn buitenlandse beleid in het Midden-Oosten niet.

Uiteindelijk spannen de Zeitouns toch een rechtszaak aan tegen de gemeente: On the one hand, knowing that these two police officers had not purposely hunted and arrested a man because he was Middle Eastern gave them some comfort. But knowing that Zeitoun’s ordeal was caused instead by systemic ignorance and malfunction — and perhaps long-festering paranoia on the part of the National Guard and whatever other agencies were involved was unsettling. It said, quite clearly, that this wasn’t a case of a bad apple or two in the barrel. The barrel itself was rotten..

Dat Zeitoun een bouwer is, is mooi. Hij weet daardoor als geen ander wat ervoor nodig is geweest om in zo’n korte tijd een gevangenis neer te zetten. Ook bekijkt hij de schade aan de gebouwen met heel andere ogen.
Op het eind concludeert Zeitoun dat God hem hiermee op de proef heeft gesteld: He must trust, and he must have faith. And so he builds, because what is building, and rebuilding and rebuilding again, but an act of faith?

Een prachtboek! mei 2011

Karin Slaughter - Nachtschade
Bezige Bij 2011 (© 2001), 397 pagina's

Literaire thriller staat er op de voorkant. Uiteraard is er niets literairs aan. Na tijden ondergedompeld te zijn in de trilogie van Stieg Larsson, had ik het met thrillerige ook even gehad. Alle gaat op elkaar lijken.

Het verhaal:
Wanneer Sara Linton naar het toillet gaat in een lunchrestaurant vindt ze de blinde lerares Sybil Adams. Sybil is gruwelijk toegetakeld en sterft onder Sara’s handen.
Zij moet samen met politiecommissaris Jeffrey Tolliver de moord zien op te lossen. Sara is namelijk niet alleen kinderarts, maar ook lijkschouwer (hoe verzin je die combinatie?). Jeffrey is tevens Sara’s ex, hetgeen de samenwerking niet ten goede komt.
Een van Tollivers rechercheurs is Lena Adams, Sybils tweelingzus. Jeffrey is nogal over haar te spreken, al is ze dan eigenwijs. Nou, voor mij is ze verschrikkelijk irritant. Het klopt ook niet, Lena is niet eigenwijs, ze luistert gewoonweg niet en volgt bevelen omgekeerd op. Daar kun je als commissaris niet over te spreken zijn.
Twee andere ondergeschikten van Tolliver zijn maken zich schuldig aan racisme. Een lekker team heeft de commissaris.
Er valt een tweede slachtoffer, niet toevallig eveneens door Sara gevonden. Daar komt bij dat Sara iets heeft meegemaakt in het verleden dat in verband lijkt te staan met de dader. Dat haar ex-echtgenoot hiervan niets wist, acht ik niet erg geloofwaardig.
Afijn, geen boek voor mij, dat is duidelijk!
mei 2011

 



ARCHIEF

persoonlijk
maart 2008
april 2008
juni 2008
juli-eind 2008
jan-juni 2009
juli-dec 2009
2010


boekarchief


huis en tuin
2008
2009
2010


vakantie

Lesbos 2008

uitgaan

2008

2009